Tags

, , , , , , ,

Vooraf een globaal opfrissertje:

Het celibaat (lees hierover ook op WikiPedia en Katholiek.nl) binnen de Rooms-Katholieke Kerk geldt voor kloosterlingen, priesters en ongehuwde diakens. Alleen mannen kunnen priester of diaken worden. Mannen en vrouwen kunnen kloosterling worden. In het klooster kunnen alleen de mannen ook diaken of priester worden gewijd. Het celibaat voor kloosterlingen is het oudst: het is nooit anders geweest en ontstaan aan het begin van het Christendom. Nadat de Christenen niet langer vervolgd werden dankzij keizer Constantijn (333) verdween het martelaarsschap wat naar de achtergrond en zocht men alternatieven. Mensen trokken zich terug in de eenzaamheid om zich geheel en al aan God te wijden.

Het celibaat voor de priesters werd pas na de 10e eeuw als verplicht ingevoerd. Erfrecht voor nakomelingen van priesters zorgde namelijk voor misbruik van de kerkelijke gelden, bezittingen en macht.

Een diaken staat een treetje lager dan de priester. Een diaken is nooit voorganger in de Eucharistie-viering, maar altijd assistent. Hij mag wel voorgaan in andere soorten vieringen, dopen en bepaalde zegeningen verrichten.

Voordat een priester gewijd wordt is hij diaken, officieel transeunt-diaken genoemd. Een getrouwde man kan permanent-diaken worden. Een ongetrouwde man die permanent-diaken wordt kan na zijn wijding niet meer trouwen en accepteert het celibaat.

Wie als kloosterling in zijn proeftijd wil uittreden kan dat zonder belemmering. Wie een kloosterprofessie gedaan heeft moet ontslag van geloften aanvragen in Rome. Doorgaans wordt dat ontslag verleend, omdat niemand met zo’n ingrijpende keuze over één nacht ijs is gegaan.

Ontslag voor ‘n priester ligt wat anders, omdat een priesterwijding theologisch gezien een eeuwig merkteken is en dus nooit ongedaan gemaakt kan worden. Wel kan ontslag van de priesterlijke taken gegeven worden. Zo iemand wordt dan uit het ambt gezet. Met een speciale extra toestemming van Rome kan die persoon dan ook trouwen.

De RK-kerkelijke leer m.b.t. homoseksualiteit is genoegzaam bekend: homoseksualiteit is intrinsiek ongeordend, niet volgens Gods natuur, tegennatuurlijk en de praxis ervan verboden, een zeer zware zonde, een doodzonde. De Kerk spreekt zich met al die terminologieën niet officieel uit dat het al dan niet te genezen is. De Kerk kent wetenschappers die zowel het een als het ander beweren, net als niet-kerkelijke wetenschappers.

In het verleden zijn homo’s door de RK-Kerk zowel vervolgd als dat hun relaties ingezegend zijn. Het is een teken dat de RK-Kerk altijd geworsteld heeft met het benaderen van homoseksualiteit. Haar visie en leer heeft zij vakkundig theologisch onderbouwd en is daardoor niet altijd helder (lees: makkelijk te begrijpen) maar wel duidelijk door de standpunten en regels.

Steeds vaker klinkt de roep om het celibaat af te schaffen, zeker gezien de misbruikschandalen die de laatste jaren uit de doofpot getrokken worden. Is dat een reële optie? Nee. Beter is het om de keuze voor het celibaat (voor priesters en diakens) facultatief te maken. Voor kloosterlingen kan dat historisch gezien niet, maar hun hindernis om uit te treden is dan ook minder groot dan voor priesters.

Er is nog iets anders binnen de RK-Kerk wat anders aangepakt kan worden: het praten over seks. Seks is volgens de RK-kerkleer puur gericht op de voortplanting. Geen voortplanting? Dan mag seks (lees: heteroseksuele geslachtsgemeenschap) alleen in de onvruchtbare periodes van de vrouw, zonder condooms en zonder pil. Deze attributen zijn verboden en gebruik ervan is doodzonde. In staat van doodzonde is de desbetreffende gelovige uitgesloten van de H.Communie en het Sacrament van de Zieken, tenzij de gelovige gebiecht heeft. Zelfbevrediging heeft niets te maken met voortplanting en is dus zondig en verboden.

Is nu het celibaat knellend of bevrijdend? Dat hangt helemaal af van de persoon die het aangaat. Er zijn veel ambtsdragers die het gevoel van seksueel gemis prima kunnen dragen. Anderen worstelen er mee, maar kunnen er toch een weg in vinden. Maar er zijn er ook, die uiteindelijk toch uittreden of ondanks de celibaatsverplichting een relatie aangaan. Recent kwam een Brabantse priester in het nieuws, wiens samenwonen met een vrouw al 40 jaar werd gedoogd en die ineens in een paar weken moest beslissen: vriendin de deur uit of priesterambt aan de wilgen hangen. In dit geval kun je zeggen: het klopt niet wat hij en zijn vriendin 40 jaar lang deden, dus is die maatregel logisch. Je kunt ook zeggen, dat het Bisdom de boel zo lang op z’n beloop heeft gelaten, dat het wel erg cru en onbarmhartig overkomt om nu nog in te grijpen.

Hier raak ik iets aan dat heden ten dage het slachtoffer lijkt te worden van een extreme voorkeur voor het puur navolgen van regeltjes: een pastorale houding oftewel de mens voorrang geven op de regeltjes.

Wereldwijd is er kerkelijk en maatschappelijk veel meer nadruk op het navolgen van regeltjes en de mens raakt daaraan ondergeschikt. De hostierel, de afgescheiden parochie in Den Bosch, de tanende inzet van de RK-Kerk ten aanzien van de oecumene, de houding ten aanzien van homoseksuelen en de houding tegenover priesters die serieus moeite hebben met het celibaat.

Een aantal zeer conservatieve priesters in Nederland zijn uitermate geslepen om personen, liturgische vieringen en tal van andere zaken langs de meetlat van bestaande kerkelijke regels te leggen.

Wanneer er priesters zijn die een persoonlijke worsteling doormaken of hebben doorgemaakt met betrekking tot bijvoorbeeld het celibaat, dan zijn zij doorgaans pastoraal mild en begripvol. Vaak lopen hun parochies als een tierelier en is het gemeenschapsgevoel groot. Priester en gelovigen dragen elkaar. Inzet en succes zijn natuurlijk sterk plaats- en persoonsgebonden. Ook conservatieve priesters kunnen goeddraaiende parochies hebben. Dat niet iedereen zich daar thuisvoelt moge duidelijk zijn, maar dat is ook niet erg. Voor elk wat wils. Dat geldt net zo voor een wat moderne parochie. Dat vindt ook niet iedereen je van het. Lastiger wordt het als een gelovige er niet meer bij mag horen door echtscheiding, geaardheid of anderszins. Dat zagen we rond de hostierel; dat zien we van priesters die een vriendin of vriend krijgen.

Er wordt veel geestelijk geworsteld onder de geestelijkheid. Niet voor niets hebben bijvoorbeeld in het Bisdom ‘s-Hertogenbosch de laatste jaren al een handvol priesters omwille van het celibaat hun priesterambt neergelegd. Gezien het priestertekort niets anders dan dramatisch, ook in menselijk opzicht en toch begrijpelijk. Laat ik wel helder zijn: ik ken veel celibatairen, die gelukkig zijn met hun levensstaat en het gemis van een relatie binnen hun celibataire leven op een goede wijze een plaats kunnen geven!

Ik ken vanuit mijn persoonlijke ervaringen de Nederlandse RK-Kerk van binnen en van buiten, van links tot rechts en van modern tot aartsconservatief.  Toch moet ik constateren of vernemen dat er conservatieve ambtsdragers zijn die zelf niet ‘brandschoon’ zijn.

Natuurlijk: wie zonder zonde is werpe de eerste steen en dat geldt ook voor mij. Maar de opengebroken doofpot met seksueel misbruik is maar één van de doofpotten binnen de RK-Kerk.

Jaren geleden vernam ik dat een conservatief priester uit het Bisdom ‘s-Hertogenbosch frequent jongensclubs in Amsterdam bezocht. Nog steeds? Waarom fulmineert een pastoor van het Bossche Bisdom tegen alles en iedereen dat niet strikt de kerkelijke regels volgt, terwijl hijzelf rondhoereert (letterlijk!)?

Ik heb er geen problemen mee wanneer een ambtsdrager zich om welke reden of op welke wijze dan ook niet houdt aan het celibaat. Ik wil dat eigenlijk niet eens weten! Ik zou er wèl problemen mee hebben, wanneer diezelfde ambtsdrager een leer verkondigt en oplegt aan anderen die hij zelf niet in praktijk brengt. In die zin is niet alleen het celibaat rijp voor een discussie, maar ook de pastorale houding van die ambtsdrager. Pas wanneer de oprechtheid en nederigheid van een priester uitstraalt naar de gelovigen zullen diezelfde gelovigen die ambtsdrager ook zelf dragen door zijn ambtperiode, omdat hij één van hen is.

Kortgezegd: wie barmhartigheid zaait, zal barmhartigheid oogsten! Wie de schoen past…