De stal

Ik ben de stal. Ik sta onder de bomen
nog altijd van het wonder na te dromen.

Ik was al oud, je gaf geen cent voor mij,
een lelijk ding, je liep me zó voorbij.
Ik was maar arm, bouwvallig en vol kieren.
Ik was alleen nog goed voor een paar dieren,
een luie ezel of een zieke os.
Het lekte door mijn dak, mijn deur zal los.
Er lag wat oud nat stro in een paar hoeken,
en verder viel hier echt niets te zoeken.

Maar in die nacht, maar in die éne nacht
ben ik opeens door wonderen bedacht,
werd ik een huis, dat koesteren mocht, verwarmen
en mensen even arm als ik omarmen,
werden wij samen onuitsprekelijk rijk,
op deze aarde een hemeltje gelijk,
stond ik in ’t licht van duizend nieuwe sterren,
kreeg ik bezoek van heinde en verre,
hoorde ik liederen van lof en prijs
en had ik marmer aan als een paleis.

Ik ben een stal. Ik sta onder de bomen.
Ik heb het wonder naar mij toe zien komen.

Ik zie er uit zoals ik vroeger was,
een arme bouwval in verwilderd gras,
maar ik straal leven uit naar alle zijden.
Ik ben het mooiste huis van alle tijden.

Michel van der Plas

Advertenties

Over Emmanuel
"Optimist tot in de kist!"

Reacties zijn gesloten.