Eerbied

Onlangs heb ik het boek “Pater Van Kilsdonk. Raadsman in delicate zaken. Memoires” gekocht, waarover ik het volgende als recensie heb gelezen:

In het laatste jaar van zijn leven ontving pater Jan van Kilsdonk (1917-2008) bijna wekelijks Alex Verburg om zijn memoires te boekstaven. Van Kilsdonk, een legendarische figuur in de Amsterdamse studentenwereld, kon terugkijken op een lang en roerig leven, waarin hij geregeld in conflict raakte met Rome. Hij was aalmoezenier in NSB-kampen, godsdienstleraar van Kees Fens, Huub Oosterhuis en Antoine Bodar, en oprichter van de spraakmakende Studentenekklesia. Als pastor was hij een steun en toeverlaat voor studenten, later ook voor aidspatiënten. Zijn gesprekken ‘in de woeling van het leven’ kregen doorgaans een vervolg in lange brieven. Hij was een barmhartig biechtvader, relativeerde ‘doodzonden’, gaf homoparen zijn zegen en koesterde ‘een stille hartstocht nabij te zijn aan mensen in nood’. Zijn levensverhaal leest als een moderne ‘ars vivendi’.

Ja, het boek leest als een hedendaagse ‘levenskunst’, een levensles voor een ieder van ons. Het zet mij aan het denken hoe wij in deze tijd van sociale media en de kortstondige hypes die daaruit kunnen voortvloeien met elkaar omgaan. Gedurende het lezen van het boek zocht ik naar een woord om de levenshouding van Jan van Kilsdonk te omschrijven. Gelukkig hielp hij mij daarbij op bladzijde 68, waar pater van Kilsdonk heel terloops opmerkt:

Eerbied – in de wat vervlakte taal heet dat respect – is fundamenteel.

Ineens begreep ik waarom ik mij op Hyves (iets als ‘leuk’ aanklikken heet daar: ‘respect’) niet thuisvoelde. Ineens zag ik glashelder waarom zoiets als Facebook maar een heel dun en breekbaar communicatielijntje is. Ineens drong het tot me door waarom Twitter en al die oppervlakkige media niet mijn leven mogen gaan overheersen. Ook ik moet leren om mij niet te laten meeslepen in kortstondige hypes als het afzeiken van een Koningslied, wat de meningen daarover ook zijn. Waarom moet ik mij bijna verplicht voelen om actief allerlei berichten over verdwenen kids te ‘retweeten’ dan wel te ‘delen’ of te ‘liken’? Ben ik schuldig aan hun dood als ik dat níet doe? Ben ik uitschot als mij niet zichtbaar bekommer om hun lot, hoe triest al dat nieuws ook is? Al dat kortstondige respect gaat mij meer en meer tegenstaan, waarmee ik uitdrukkelijk níet wil zeggen dat ik het dus beter doe in het leven… Ook ik heb mij beperkingen in wat ik aankan of waar kan maken in mijn eigen leven ten opzicht van anderen. Het boek met de memoires van pater van Kilsdonk geeft mij een nieuwe visie op het omgaan met elkaar. Respect is nogal populistisch doorgeschoten. Je kunt ermee scoren naar anderen toe omdat jij laat zien dat jij respect hebt voor een ander. Maar zodra niemand meer kijkt…..

‘Eerbied’ geeft veel meer een constante diepgewortelde levenshouding weer. Bij pater van Kilsdonk lees je bladzijde na bladzijde dat hij die houding telkens weer moet bevechten, omdat hij van zichzelf weet dat hij vlijmscherp van tong kan zijn:

Ik heb in wezen een genadeloos scherpe tong. Op recepties mijd ik het naast een bisschop te staan. Al die hoge geestelijkheid is jonger dan ik, ik heb ze allemaal gekend als niet-priester. En als je iemand in zijn gewone jeugd hebt gekend… De Congregatie voor de Geloofsleer in Rome, die mensen kan ik tot op de laatste centime wegen op hun geestelijk gewicht. Nee, ik heb een diepe toorn. Dat is ook een beetje het gewonde kind in mij. Niet dat iemand mij heeft gewond, maar ik ben gewond omdat ik anderen gewond heb zien worden.

‘Eerbied’ moet je dus dóen, zoals ook een overlevende van een Jappenkamp ons voorhield op 4 mei, voorafgaand aan de plaatselijke Dodenherdenking:

Niet hierna weer overgaan tot de orde van de dag. Nee! Eerbied geven aan iedere mens, het welzijn en het unieke van iedere mens eerbiedigen, opdat iedereen ècht mens kan zijn. Alléén als dàt gebeurt, heeft deze 4 mei bijeenkomst zin gehad.

Advertenties

Over Emmanuel
"Optimist tot in de kist!"

Reacties zijn gesloten.