Houvast

ouvast

 

p ooghoogte bij mijn bureau hangt een houten lijstje, waarin een zwart damasten kleedje over een dun kussentje is gespannen. Het lijstje is ooit gemaakt door wijlen broeder Vincent, de kloostertimmerman. Op dat damast hangen vier bronzen plaquettes, die alle vier iets uitbeelden van een aantal fundamenten, waarop de Cisterciënzer-kloosterorde waar ik ooit deel van uitmaakte gebouwd is.

iteraard als eerste het kruis, martelwerktuig dat tot triomf-teken is geworden. Symbool van de verbinding van de Hemel met de aarde (de verticale kruisbalk) en Jezus die door zijn kruisdood de gehele mensheid heeft willen omarmen en insluiten (de horizontale kruisbalk). Op deze plaquette is Jezus echter niet hangend afgebeeld, maar staand, met een schaapje in Zijn armen. Boven Hem een hand vanuit een wolk, die naar Hem wijst. Rechts van Hem een kudde schapen en links van Hem een wolf, die op de schapen uit is. Jezus staat als een soort van beschermengel tussen beide partijen in. Een geruststellende gedachte…

rouwelijk is de tweede plaquette: het is een afbeelding van Maria, Moeder van Altijddurende Bijstand (zoek die maar eens op!). In de RK-Kerk wordt Maria ook wel ‘Moeder van God’ genoemd. Daarmee wordt niet bedoeld: moeder van God de Schepper, maar: moeder van Jezus de Zoon, die óók God wordt genoemd. In de RK-Kerk is veel meer vrouwelijks bewaard in haar traditie dan in de protestantse traditie. Het doet me denken aan mooie Bijbel-teksten: Als een kind tot rust komen op de arm van je moeder (Ps. 131), en je verzadigen aan haar vertroostende borsten (Jes. 66,11) en zo door je moeder worden getroost (Jes. 66,13). Als ik iets mis in de protestantse traditie, is het de aandacht voor die moederlijke kant van het geloof. Voor die moederlijke, vrouwelijke kant van God, die we echt wèl een aantal keren tegenkomen in de Bijbel. In de Cistercienzer-orde is èlk klooster en elke broeder aan Maria toegewijd, omdat Maria altijd naar Jezus verwijst: Luister naar wat Hij u te zeggen heeft (Joh.2,5).

an het derde spijkertje hangt een plaquette met een afbeelding van Sint Benedictus, de grondlegger van het Westerse monnikendom, wiens Regel voor Monniken in meerdere kloosterordes en met meerdere interpretaties nageleefd wordt. Daarom wordt hij ook vaak afgebeeld met een boek in zijn hand. Zo ook op mijn plaquette.

lotstuk is het vierde en laatste exemplaar: een afbeelding van Sint Bernardus, níet de stichter van de Cisterciënzers, maar wel een groot inspirator en stimulator. Hij was een ras-prediker en wist vele familieleden en vrienden over te halen het klooster in te gaan van de Orde der Cisterciënzers, die een paar decennia eerder was gesticht in de landstreek Cistercië om het luxe kloosterleven terug te brengen naar meer armoede en soberheid. Op de plaquette is hij zittend afgebeeld terwijl hij preekt. Een luisterende groep monniken zit aan zijn voeten. Met name zijn preken die indertijd door snelschrijvers werden vastgelegd zijn voor kenners ware pareltjes van geloof en Bijbel-interpretaties. Zijn beroemde preken over het Hooglied, toch een behoorlijk erotisch boek, wordt door hem allegorisch uitgelegd. De erotiek gaat dieper en is dus meer dan iets lichamelijks. Het is bijna mystiek. Ik las ergens:

Mystieke theologie argumenteert niet, maar heeft te maken met het ‘proeven en smaken’ dat de Heer goed is.

Dat sprak mij wel aan … ook nu nog!

ezamen met andere stichtelijke herinneringen, naast een prikbord waarop jongens-erotiek en geloofsplaatjes gebroederlijk in elkaars nabijheid verkeren, wordt met dit bronzen ‘vierluik’ een beeld geschapen van mijn huidige leven: Geloof en homoseksualiteit gaan prima samen! Een prima HOUVAST!

Advertenties

Over Emmanuel
"Optimist tot in de kist!"

Reacties zijn gesloten.