Veilig

Lopend over een begraafplaats kom ik zo af en toe de tekst tegen:

Veilig in Jezus’ armen.

Wie niets met geloof heeft zal waarschijnlijk moeten lachen om deze zoetsappige benadering van het hemelse paradijs. Wie diep en vroom gelooft ziet daarin de uiteindelijke vervulling na een lange worsteling in dit ‘dal van tranen’. Ik hou van de Gulden Middenweg en zie er noch iets zoetsappigs in, noch mijn uiteindelijke bestemming.

Ik lees het als het komen in goed gezelschap, je geborgen weten, zoals ik me ook voel als ik lekker knus naast m’n man op de bank zit met de ‘pootjes’ op tafel met een lekker glas wijn of borrel. Of zoals ik als klein knaapje vroeger heerlijk even bij mijn moeder kon knuffelen, lekker vertrouwd, lekker veilig.

Psalm 91 (zie onderaan deze blog de volledige tekst hiervan) is een psalm die ik als monnik vaak zong in de Completen, voor we gingen slapen. Die psalm geeft zo’n gevoel van geborgenheid, veiligheid, vertrouwdheid, ook als er van alles tegenzit. Vers 7 zegt:

Zouden duizend vallen uw zijde, tienduizend aan uw rechterhand, tot u zal het niet naderen.

In tijden van oorlog een heel dubbele tekst: vreugde omdat jij gespaard blijft, maar tienduizenden omkomen. Wie was ook al weer (volgens de traditie) de schrijver van die psalmen? De grote koning David? Die zo verliefd was op Jonathan? En is het niet diezelfde koning David die er zovelen ‘over de kling joeg’? Met wellicht meer bloed aan zijn handen dan de huidige president van Syrië?

Maar bij vers 4 naderen we die ‘zoetsappige’ zangtekst van het begin:

Met zijn wieken zal hij u dekken, gij vindt onder zijn vleugelen toevlucht.

Dan moet ik denken aan die kleine kwetsbare jonge vogeltjes, die lekker onder de vleugels van moeder geborgen zitten, veilig voor prooi zoekende vijanden.

Maar het kan nog meer beeldend worden uitgedrukt.

U aangaande gebiedt Hij zijn engelen om u, waar gij ook gaat, te bewaren; zij zullen op de handen u dragen, dat gij niet uw voet aan een steen stoot.

Wie denkt er nu niet aan die tekst over de voetafdrukken in het zand op het strand? Of welke ‘Roomsche’ gelovige herinnert zich nu niet het Latijnse gezang, welke na een uitvaartdienst gezongen wordt als de kist de kerk wordt uitgedragen?

In paradisum deducant te angeli

Vertaald: Ten paradijze geleide u de engelen. Ik vind het een prachtige tekst, die vrijwel letterlijk verwijst naar het Lucas-evangelie, waar in 16:20 staat geschreven:

Op zekere dag stierf de bedelaar, en hij werd door de engelen weggedragen om aan Abrahams hart te rusten.

Je hoort hierin als het ware de laatste verzen van die psalm 91 doorklinken:

Bij Mij bergt hij zich, Ik stel hem veilig, hoog hef Ik hem: hij kent Mijn naam; zijn aanroep zal Ik verhoren, Ik ben met hem in de nood, bevrijd hem, herstel hem in ere. Met lengte van dagen zal Ik hem verzadigen, Ik doe hem aanschouwen Mijn heil.

In een Franse klooster werd aan het einde van de Completen gebeden:

Par l’intercession de la Vierge Marie, que le Seigneur nous donne une nuit paisible, et la grâce de vivre et mourir dans son amour.

Vertaald: Moge de Heer ons, op voorspraak van de Maagd Maria, ons een vredige nacht geven en de genade om te leven en te sterven in Zijn liefde.

Persoonlijk vind ik de hier aangehaalde teksten heel warm, teksten van troost, van bemoediging. Ze maken mij blij, geven vertrouwen en wakkeren mijn vaak broze geloof weer aan. Maar het zijn ook teksten met een boodschap voor mij: geef ik anderen warmte, een veilige plek, beschutting, aandacht, liefde, intimiteit?

Ik word aangesproken om hetzelfde te betekenen voor anderen. Ja, te doen zoals God zou doen. Dat is moeilijk. Toch maar weer proberen. Elkaar eerbiedigen. Dragen. Beschutten. Veilig in elkaars armen. Net als bij God. Net als bij Jezus.

PSALM 91

1 Wie vertoeft in de schuilplaats des Allerhoogsten,
vernacht in de schaduw van de Almachtige
2 en zegt tot de Heer: “mijn toevlucht, mijn sterkte
mijn God op wie ik mij verlaat.”
3 Want Hìj is het die u bewaart
voor de strik van de vogelvanger,
bewaart voor de gruwelijke pest.
4 Met zijn wieken zal Hij u dekken,
gij vindt onder zijn vleugelen toevlucht.
Een schild, een rondas is zijn trouw.

5 Gij hoeft nimmer te duchten
de verschrikking der nacht,
de pijl die vliegt overdag,
6 de pest die waart in het donker,
de moordende steek van de middag.
7 Zouden duizend vallen aan uw zijde,
tienduizend aan uw rechterhand,
tot u zal het niet naderen.
8 Houd gij slechts uw ogen gericht:
gij ontwaart dat de bozen hun straf treft.
9 Gíj kent de Heer als de toevlucht,
de Allerhoogste weet gij uw schutse.

10 Zo vermag u geen onheil te treffen,
geen plaag zal naderen uw tent;
11 u aangaande gebiedt Hij zijn engelen
om u, wáár gij ook gaat, te bewaren;
12 zij zullen op de handen u dragen,
dat gij niet uw voet aan een steen stoot;
13 treden zult gij op de leeuw en op adder,
leeuwenwelp vertrapt gij en slang.
14 “Bij Mij bergt hij zich, Ik stel hem veilig,
hoog hef Ik hem: hij kent Mijn naam;
15 zijn aanroep zal Ik verhoren,
Ik ben mèt hem in de nood,
bevrijd hem, herstel hem in ere.
16 Met lengte van dagen zal Ik hem verzadigen,
Ik doe hem aanschouwen mijn heil”

(Vertaling: Ida Gerhardt & Marie van der Zeyde)

Advertenties

Over Emmanuel
"Optimist tot in de kist!"

Reacties zijn gesloten.