Laatste Kerstgedachten van Klaas Jan Homan

Op 24 december 2014 ging Klaas Jan Homan voor in de Kerstnachtdienst in Gouda. Het werd één van zijn laatste vieringen. Een weekje daarvoor stuurde hij mij, onder embargo, zijn Kerstpreek. Op mijn vraag of ik die zou mogen plaatsen op mijn weblog antwoordde hij: “Uiteraard pas als ik hem uitgesproken heb!”

Hieronder volgt die Kerstpreek, welke op zijn Uitvaart van 21 januari 2015 door de Oud-Katholieke aartsbisschop Joris Vercammen uitvoerig werd aangehaald, met name deze zinsnede, die voor ieder mens op veel momenten in het leven van toepassing is:

…dat je altijd terug moet keren naar iets wat je niet begrepen hebt

Voorzijde van het bidprentje. Pastoor Klaas Jan Homan bij aanvang van het Eucharistisch Gebed op Kerstavond 24 december 2014, enkele weken voor zijn overlijden op woensdag 14 januari 2015.

Beste mede gelovigen,

Op kerstavond worden er altijd verhalen verteld. En in die kerstverhalen zit altijd een ontroerend moment. Vanavond begin ik deze preek met een verhaal. En daarin zijn voldoende aanknopingspunten om verder over na te denken.

U weet dat de herders kwamen kijken in de stal. Daarna zijn weer naar hun kudde terug gegaan. Evenals bij iedereen herneemt het dagelijkse ritme haar loop.

Welnu, slechts één van de herders moest onderweg aan Maria denken. Hij draaide zich om, keerde op zijn schreden terug en vond haar in de stal alleen met het kind. ‘Kwam je terug’, zei ze. ‘Ja’, zei hij, ‘ik begreep iets niet en moest steeds meer (mee) aan je denken.’ Ze vroeg: ’Wat dacht je allemaal?’ De herder: ‘Het liet me niet los. Daarom kwam ik terug.

Ze keek naar het kind en zei; “Ik begrijp het niet, het is toch ook mijn kind. Ieder bemoeit zich er mee en gaat dan weg. Maar jij kwam terug. ‘Mijn vader’, zei de herder, ‘leerde me altijd terug te keren als je iets niet begrepen hebt.’

Maria zag hoe zijn hand op het kleine hoofdje lag, hoe hij het streelde en hoe zijn ziel genas. En in haar hart rees het eerste begrijpen. Maria begint te begrijpen, maar de herder spreekt! ‘En wat begreep je dan niet?’ ‘Je zat er zo stil bij; een hoop volk om je heen. En soms keek je man ongelukkig. Dat begreep ik niet.’ Ze zei zacht: ‘Je hebt het gezien aan ons. Er is iets mis met het kind. Mijn nicht heeft me dat ook al gezegd.’ Toen zei de herder, even zacht: ‘Met mijn kind was ook iets.’ ‘Wat dan?’ vroeg zij.

Toonloos zei hij: ‘Het werd ziek en ging dood. Sindsdien zijn alle kinderen voor mij een teken.’ Zij zag hem aan. Zei toen: ‘Streel het maar; en denk aan je kind.’ Hij legde zijn grote hand op het kleine kinderhoofdje en streelde het kind. Het sliep rustig door onder zijn grote hand. Maar de wond in zijn hart ging dicht.

Wat mij in dit verhaal bij blijft, dat is dat je altijd terug moet keren naar iets wat je niet begrepen hebt; en dat de wond die geslagen was, genas.

En dat gevoel is precies het gevoel waarmee iedereen te maken heeft. De gedachte dat de wond genas. In dat samenspel van menselijke machten en krachten is dit het probleem. Dichtbij en ver weg. In een wereld waar de één de ander het licht in de ogen niet gunt; in een wereld waar religieus fundamentalisme toeneemt en mensen beschadigd zijn tot in het diepst van hun ziel.

En kerst bedoelt een nieuw begin te zijn. Wij geloven in een God, die ons geluk gunt. Hij geeft ons geen geld en grote cadeaus. Hij komt bij ons als een kind. Een kind dat niets heeft. Geen pretenties en geen macht, geen geld en geen uitvluchten. Zo begint elke vriendschap. Vriendschap vanwege geld of macht loopt meestal stuk. Echte vriendschap begint daar waar mensen genoeg hebben aan elkaar.

God kan en wil geen heerser zijn. Hij wil ons niet dwingen of ons met valse beloftes in zijn tent lokken. Dat kwetsbare kind in de stal is die kwetsbare God, die niet opgewassen is tegen al onze grote woorden, onze zure kritieken onze uitgelokte ruzies.

Eindeloos geduldig wacht Hij tot wij ons gewonnen geven en kiezen voor de sobere eenvoud van de echte vriendschap. Een mens die kan luisteren naar de andere mens. Een mens die niet hoeft te winnen van een andere mens, die niet kwetst om gelijk te krijgen, die geen indruk behoeft te maken om aardig gevonden te worden. Vriendschap is mens met een medemens zijn.

Daarom is kerst het feest van de ontmoeting. Ouders en kinderen, zwervers en hulpverleners, gelovigen en twijfelaars, eenzamen en druktemakers: overal vinden ontmoetingen plaats en voor de gelovige mens geldt, dat we God kunnen ontmoeten in een kind, geboren uit Maria, bewonderd door de herders, vereerd door de wijzen, verwarmd door os en ezel, bezongen door de engelen.

Het kind vraagt geen cadeaus van ons, geen onderdanigheid. Het vraagt onze aandacht, het wil ons beïnvloeden, het kijkt ons aan en zegt zonder woorden: ik gun jou geluk en vrede.

Gaan de dingen dan zoals ze horen of zoals we die zouden willen? Doen we met kerst alles zoals het hoort of vieren we kerst zoals wij het willen of zouden willen? Je kunt niet ieder jaar alles volgens de automatische piloot regelen.

Het zit hem niet in al die kerstkaarten – nu het merendeel via de mail – , maar veeleer in de aandacht voor de ander. Een kerstkaart van het bedrijf kan heel erg goed overkomen, maar als het bedrijf regelmatig informeert of je het nog redt of je nog wel goed in je vel steekt en …. , dan is het duidelijk dat mensen om elkaar geven. Dan wordt het kerst.

Het kind dat geboren werd met de naam Jezus, is een vriend van mensen, omdat hij kon luisteren, iemand aan kon kijken, de pijn mee wilde voelen en iedereen het geluk gunde, zijn menselijke gevoelens durfde te tonen. Zo maakte Jezus zichtbaar wat God met ons mensen voor heeft, hoe zijn recht en gerechtigheid nog steeds steviger voet aan de grond krijgt.

Kerst hoeft daarom geen herhaling te zijn van vorig jaar. Kerst hoeft niet altijd ieder jaar op dezelfde wijze gevierd te worden. Geen feest van voorschriften en dwangmatigheden. Plichtplegingen etc. Kerstmis kan voor ons een feest worden van nieuwe ontmoetingen waarin de vriendschap vriendelijk gevierd wordt. Een ontmoeting met God als een pasgeboren kind. Dat kan nooit teleurstellend zijn.

Zo zegt de evangelist Johannes: “Er is geen groter liefde dan je leven te geven voor je vrienden. Ik noem jullie vrienden, omdat ik alles wat ik van de Vader heb gehoord, aan jullie bekend heb gemaakt.” Dat is het geschenk van God aan deze ze wereld: Gods vriendschap door middel van het kind in de kribbe. Vriendschap voor ieder pasgeboren kind. Dus ook die te vondeling werden gelegd.

Eén van de herders keerde terug. Het liet hem niet los. Hij wilde weten wat er echt aan de hand was en is. Dat is ook ons levensverhaal. En dat levensverhaal is er niet voor niets. Het gaat om de vriendschap met eeuwigheidswaarde. Daardoor kunnen wonden die geslagen werden, zich ontwikkelen tot wederzijds begrip en vriendschap leiden tot een nieuwe wereld. Het kind in de kribbe vraagt ons om barmhartigheid en vrede. Dit kind in de kribbe maakt ons duidelijk dat de verantwoordelijkheid voor deze wereld op de schouders van mensen rust. Wij kunnen God niet ter verantwoording roepen ; hij vraagt dit van ons.

Zo’n herder is ook zoiets als een Samaritaan, kan dus ook een medelander zijn, maar die Samaritaan keerde terug. En op wiens terugkeer dromen wij nog steeds? Ja we moeten werken aan verbetering en verdieping van onze relaties. Dan groeien geslagen wonden pas echt dicht.

Zalig Kerstmis !

Advertenties

Over Emmanuel
"Optimist tot in de kist!"

Reacties zijn gesloten.