Pelgrimstocht naar Pasen

Preek 2e Zondag van de Veertigdagentijd, Jaar C
1e Lezing: Genesis 15,5-12.17-18 ; 2e Lezing: Filippenzen 3,17-4,1 ;
Evangelie: Lucas 9,28b-36

Beste mede-parochianen,

In de afgelopen maanden hebben wij thuis de documentaire-serie van de KRO over transgenders “Hij is een zij” gevolgd. Mensen, soms jonge mensen, die in het leven niet het geluk vonden, omdat zij anders waren. Op zoek naar geluk. Wie ben ik? Ik wil worden wie ik in feite ben. Mag ik gelukkig worden? Wijst het leven, wijst God ons de weg naar het geluk? Niet alleen het geluk in het Hiernamaals, maar ook in het hier en nu?

Boven vlnr: Suus, Ryan, Eveline. Onder vlnr: Bo, Loena, Rens, Martin. Inzet: Arie Boomsma ©KRO

Wij zijn op weg naar Pasen. Op zoek naar licht. Op zoek naar geluk. Op zoek naar een nieuwe identiteit. Bijvoorbeeld in deze voorbereidingstijd op Pasen. Zal het licht, Gods licht, doorbreken? Mogen wij op vernieuwde wijze door het leven gaan, hier en nu, om de Weg naar het Hiernamaals nog beter te onderscheiden?

Drie teksten hebben wij zojuist gehoord, die allemaal iets te maken hebben met een verandering in het leven.

Bij Abram, in de eerste lezing uit het boek Genesis, breekt het angstzweet zo’n beetje uit als hij verneemt van Gods belofte, dat zijn nakomelingen talrijk zullen worden. Een oude man met een oude vrouw…en zij zullen nog nakomelingen krijgen?

Wie even doorleest in Genesis, bemerkt dat God Zijn belofte aan Abram kracht bijzet door Abram zelfs een nieuwe naam te geven: Abraham. Abram’s identiteit wordt overhoop gehaald en vernieuwd: klaar voor wat komen gaat! Is hij, Abram, daar wel geschikt voor? Zou hij zo’n angst hebben omdat hij misschien twijfelt aan zijn levenswandel? Maar God zet dóór: in een visioen ziet Abram een vurige fakkel, die tussen de geslachte offerdieren doorgaat. Zijn daden worden verlicht door God, ondanks wellicht de twijfels van Abram.

In de tweede lezing mag van de apostel Paulus het angstzweet ons ook wel zo’n beetje uitbreken. Velen in Filippi, en ook wij worden aangesproken alsof wij op weg zijn naar onze ondergang: onze buik is onze God en in onze schande stellen wij onze eer. Leuk vooruitzicht voor het aanstaande Paasdiner. U kunt zich nu alvast schuldig voelen…! Of komt hier een frustratie met betrekking tot seksualiteit naar boven drijven? Een frustratie die al zo oud is als de mens regeltjes kan verzinnen…

Ik snap trouwens niet waarom die passage in het Romeins Missaal tussen haakjes staat. U ziet dat ook in uw misboekje die tekst tussen haakjes staat. Is de Kerk bang dat gelovigen gaan afhaken als we hen al te sterk aanspreken op dat onderbuikgevoel? Of mogen we dat onderbuikgevoel, die schande, werkelijk tussen haakjes zetten? Staat dat onderbuikgevoel werkelijk voor de ongeremde lust?

Sinds enige tijd beheerst het vluchtelingendrama ons leven. Meningen over het al dan niet toelaten van vluchtelingen, over het soort van vluchtelingen dat we moeten toelaten en hoever die van ons eigen veilige woonplekje opgevangen moeten worden zijn er overvloedig. We worden bevangen door compassie en medelijden. We worden opgeroepen om in verzet te komen. Gevoelens vliegen alle kanten op en kunnen van het ene op het andere moment zomaar uit de bocht vliegen. Soms helpt ‘even tot tien tellen’, maar niemand die je op dat moment kunt te vertellen. Zijn die felle, compassie-loze, onbarmhartige reacties, die emoties-van-het-moment niet véél méér dat onderbuikgevoel? Als Jezus aan het kruis de hele wereld omarmt, zijn DIE reacties dan niet véél méér de vijanden van Jezus’ kruis? De apostel Paulus vraagt van ons niet af te wijken van de weg van het mededogen en stand te houden in de liefde. Het mysterie van de liefde in al haar verschijningsvormen hoog houden zal uiteindelijk ons gelijkvormig maken aan Jezus zelf.

En dat mysterie krijgt door het Evangelie over de Gedaanteverandering van Jezus van handen en voeten in de realiteit van alledag! Het verhaal is even onwerkelijk als fascinerend om te lezen.

De leerlingen slapen als Jezus’ gelaat verandert van aanblik en Zijn kleren verblindend wit worden tijdens het gebed waarin Hij verzonken is en Hij ineens vergezeld is van Mozes en Elia, met wie Hij in gesprek raakt.

Muurschildering in het Sinaï-klooster, Egypte.

De inmiddels wakker geworden leerlingen, Petrus voorop, willen tenten bouwen als tijdelijk verblijf voor Jezus, Elia en Mozes. Zoiets mooi, unieks en hemels moet je vasthouden, koesteren! Het ijzer smeden als het heet is! En terwijl vanuit hun onderbuikgevoel, hun emotie-van-het-moment plannen worden gesmeed klinkt er een stem, die ook hier weer Jezus’ identiteit duidelijk maakt: “Hij is mijn Zoon, de Uitverkorene” en horen ze nog net de stem die hen verteld dat ze naar Jezus moeten luisteren. Maar vervolgens is het hele schouwspel, die verschijning voorbij en zijn ze weer alleen met Jezus. Het gebeurde in een oogwenk en vóór ze het beseffen worden ze weer met beiden voeten op de grond gezet, terug in de realiteit, terug in het leven van alledag.

En zo keren wij ook terug naar ons leven, waarin we gevraagd worden te luisteren naar Hem, de Man van het mededogen, van het werkelijk omzien naar elkaar. Jezus heeft eens gezegd dat iedere mens die Hem, Jezus, een plaatsje geeft in zijn of haar leven, wat vaak gepaard gaat met vallen en opstaan, niet ver afstaan van het Koninkrijk van God. Daarmee duidt Jezus, zo hoorden wij van Paulus, op het vaderland in de hemel. Maar in het Evangelie leert Hij ons tegelijk om ons niet BLIND te staren op het hemelse!

Hier, op aarde, hebben wij veel werk te verzetten! We moeten met de liefde voor de mensen, waarin Jezus ons een uniek voorbeeld gaf, aan de slag en daarin ook proberen stand te houden. Ieder mens heeft zijn of haar leven gekregen van God en ieder heeft zijn of haar unieke identiteit gekregen om gelukkig te worden, om geluk te mogen ervaren. En God is er niet vies van om mensen een nieuwe identiteit te geven, zoals aan Abram, die Abraham werd.

Abram ging op weg met de belofte van God voor ogen. Paulus vraagt ons om het Hemelse niet uit het oog te verliezen. En Jezus laat ons, juist door Zijn gedaanteverandering zien, dat we Zijn licht in ons leven van alle dag moeten doorgeven naar elkaar.

En zo gaan wij op weg naar Pasen. Ook wij hopen dat God ons aanraakt, verlicht, iets nieuws meegeeft, misschien wel een nieuwe, mooiere, identiteit geeft. Zijn aanraking gaat dieper en verder dan ons lichaam. De meeste transgenders waar ik in het begin over sprak, zijn door diepe dalen gegaan eer zij hun identiteit ontdekten en daar vorm aan konden geven. En nog steeds worden zovelen niet voor vol aangezien, uitgesloten van studie-stages, van communie, ambt, noem maar op! En hoe praten wij, u en ik, over mensen die een geheel andere geloofsinvulling, religie, achtergrond hebben? Daarom is Jezus ons voorbeeld bij uitstek: Zijn pijnlijk uitgestrekte armen aan het kruis willen iedere mens omarmen: jij mag er zijn. Hélemaal! Voor jou mag het Pasen zijn!!

Laat ons allen Hem daarin navolgen, niet alleen in deze Veertigdagentijd, maar gedurende ons gehele leven. Ons dagelijkse leven is als een ‘Pelgrimstocht der mensen’, waarin niemand mag ontbreken. Straks, aan het eind van deze viering, mogen wij uit volle borst en met geheel ons hart hierover zingen! Op weg naar het hemelse Jeruzalem, het grote Paasfeest voor iedereen!!

AMEN

Advertenties

Over Emmanuel
"Optimist tot in de kist!"

Reacties zijn gesloten.