Van exclusief naar inclusief?

©ANP, unusualbusiness. Collage: Emmanuel

De Amsterdam Gay Pride heet voortaan Amsterdam Pride om meer veelkleurige mensen dan alleen de gays aan te spreken. Bovendien is het internationaal al gebruik om van ‘Pride’ te spreken. En de Nederlandse Vereniging tot Integratie van Homoseksualiteit COC wil, naast het opkomen voor homobelangen, ook andere emancipatie-initiatieven ondersteunen. Allemaal ontwikkelingen die ons met de neus op het heuglijke feit drukken: we naderen de inclusieve samenleving waar zovele generaties van homoseksuelen voor gevochten hebben! Eindelijk!

Nooit meer bang zijn om met wie dan ook hand in hand te lopen! Nooit meer nagestaard worden in excentrieke kledij, want wij zijn volledig opgenomen en omarmd (hoe intiem, liefdevol en inclusief is dat!) door de samenleving!

Met alle respect voor de naamkeuze van de Pride en de nieuwe insteek van COC Nederland: er is nog veel te doen. Elk homo-gerelateerd geweld is er één teveel. En er zijn genoeg gevallen per jaar om je zorgen over te maken. De Geert Wilders-aanpak om groepen mensen weg te zetten sluipt genadeloos in ons samen-leven met gelijken. Anderen passen daar niet in. Waar het religieuze gelijk omtrent zonde, hel en verdoemenis door de meeste Nederlanders als idioot, achterhaald en machtswellust wordt betiteld, bewandelen Wilders-aanhangers met eenzelfde niet-religieuze plaat voor de kop dezelfde weg van uitsluiting, “eigen volk eerst” en machtswellust door de bestaande macht/‘elite’ (lees: onze huidige maatschappij) te ondermijnen, onderuit te halen en te ontregelen.

Die splijtende tendenzen zijn ook voor andere minderheden als LHBT-ers niet echt hoopgevend.
Die splijtende tendenzen zijn voer voor díe mensen en groeperingen die alles bij het oude willen laten, al dan niet letterlijk getoetst aan Heilige Boeken en Teksten, waardoor vele onderwerpen als seks, homoseksualiteit, genderidentiteit en noem maar op in een hoek gedreven worden en afgesloten van de ‘gewone’ wereld. Dat laatste is iets dat ondanks alle emancipatie-inspanningen nog steeds gebeurt.

Ik wil niet onzichtbaar zijn! Ik wil niet onbenoemd blijven! En ik wil dat iederéén zichtbaar is! Ik wil dat iedereen in onze samenleving het plekje krijgt die hij/zij/onzijdig verdient en waard is!
Dat de zwaren met hoedjes en rokjes ter kerke mogen om de Heere te loven en de zondag te heiligen, zonder meewarig te worden aangestaard.
Dat de homo’s en lesbo’s op straat hand-in-hand kunnen lopen zonder de afdruk van een betonschaar in de kaak te krijgen.
Dat transgenders ècht vrij mogen leven zoals God hun identiteit bedoeld heeft.
Dat de vluchtelingen in ons land niet blijvend op de vlucht zijn.
Dat wij anderen met onze religieuze en/of LHBT-opvattingen nóóit de maat nemen, uitsluiten, ter zijde schuiven, óók niet als Heilige Boeken en Teksten uit lang vervlogen tijden ons anders voorhouden.
Alle mensen zijn kinderen van God en Gods geschapen natuur is groter dan wij beseffen.
Eerbiediging van iedere mens vind ik letterlijk en figuurlijk van levensbelang en ik besef tegelijkertijd dat ik daar een heel leven lang aan moet werken.

Ieder mens is exclusief. Iedere groep in onze maatschappij is exclusief. En iedereen mag op zijn en haar manier zichtbaar zijn en zijn zichtbaarheid tonen. Zonder de mensen, die moeite hebben met die zichtbaarheid van zichzelf, voor het hoofd te stoten, ben ik ervan overtuigd: Wie zich verstopt vermoordt zichzelf.

Daarom verzet ik mij tegen die tendens naar die exclusieve inclusiviteit.
Samenleven is samen-leven, al die exclusieven bij elkaar.
Ik ga voor een inclusieve samenleving, waarin ieders exclusiviteit tot haar recht komt en getoond mag worden. Waar de eerbiediging van iedere mens door iedere exclusieve groepering ook wèrkelijk geëerbiedigd wordt! Dàt is Gods Koninkrijk ten voeten uit!

Met andere woorden: werk aan Gods winkel!

Advertenties

‘Roomschen’ en niet-100%-hetero’s

De kerkdienst op Roze Zaterdag van 24 juni aanstaande zou eerst in de Sint Jan van ‘s-Hertogenbosch plaatsvinden mèt de bisschop, mgr. de Korte, erbij.
Onlangs trok die bisschop beide voornemens toch weer in.

Er is al veel over (de motivatie van de bisschop ten gunste van een roze viering in de St. Jan en het uiteindelijke besluit van mgr. de Korte om er alsnog van af te zien) geschreven en geoordeeld in de diverse media.
Ikzelf mag evenmin oordelen. Als ik in de spiegel van mijn leven kijk besef ik dat ik in mijn leven mensen beschadigd en pijn gedaan heb. Ik heb er alles aan gedaan om daaronder een streep te zetten.
Daarom beperk ik mij tot deze reactie:

Ik was niet de enige die een paar weken geleden knipperde met de ogen toen ik las dat de Oecumenische Viering van Roze Zaterdag in de Sint Jan zou plaatsvinden. Later las ik dat de plebaan van de St. Jan mede voor zou gaan in die dienst en dat mgr. de Korte op het einde de zegen zou geven.
Ik dacht toen al: het is nu wachten op een reactie van priester Mennen.
Ik hoefde niet lang op die reactie te wachten.

priester Mennen

Mennen fulmineerde buiten zinnen tegen alles wat hem daarin tegenstaat. Ach, denk ik dan, het is genoegzaam bekend: dat soort gedrag (lees: gekonkel) is heel herkenbaar bij mensen die zelf met hun eigen geaardheid worstelen. Ik spreek uit mijn eigen ervaring in een ver verleden…

Inmiddels heeft mgr. de Korte vanwege verzet binnen het bisdom ‘s-Hertogenbosch de toestemming voor de viering in de St. Jan en zijn aanwezigheid daarbij ingetrokken, al blijft de plebaan één van de voorgangers in de Roze Viering die nu in de protestantse Grote Kerk, vlakbij de St. Jan, plaatsvindt. En ook nu zijn Mennen & Co verre van tevreden. Het was te verwachten.

Verzet binnen het bisdom: het is een kleine recalcitrante groep orthodoxe RK-gelovigen/priesters die steevast chantage gebruikt om de Leer der Kerk naar de letter te bewaken. Daarbij heiligt het doel elk middel, want de Leer der Kerk is niet pastoraal en de letter is wet. Daar is ook totaal geen discussie mee mogelijk, want de Leer staat niet ter discussie. In de absolute waarheid die achter de Letter der Leer schuilgaat ligt voor hen de ultieme opdracht en het genoegen om elke andere mening/levenswijze/afvallige ‘geestelijk’ dood te knuppelen. En mòcht er (‘geestelijk’) bloed vloeien, dan rust de bloedschuld op (in dit geval) de homo’s zelf (ja, dit staat in de Bijbel: Leviticus 20,13) en wast dus elke criticus zijn handen tevreden in onschuld. Dat de gezondheid van de voorganger van mgr. de Korte, mgr. Hurkmans, hieronder leed in zijn nadagen als bisschop van ‘s-Hertogenbosch is geen geheim. Hij werd weer milder, zoals hij eens als pastoor ook was en dat werd niet gepikt.

Zolang kerkelijke praktijken die recht tegen de Leer ingaan verborgen blijven, is er geen vuiltje aan de lucht. Zodra het openbaar wordt is het ‘not done’, een probleem, een rel.
Als ik indertijd gelogen had omtrent mijn homoseksuele praxis, dan had ik pastoraal werker kunnen worden. Was het later alsnog ‘openbaar’ geworden, dan (en dit is letterlijk aan mij medegedeeld door het toenmalig Hoofd Personeelszaken van het Bisdom Rotterdam)…”…is er een probleem, maar dan is daar wel een mouw aan te passen.”

Je mag dit alles hypocriet noemen. Het is veel meer een even zielig als triest fundamenteel onvermogen om de huidige tijdspanne theologisch, leerstellig en pastoraal te benaderen.
Wie de Roze Viering in de Sint Jan beschrijft als ‘het innemen van het laatste bolwerk dat vasthoudt aan de schriftuurlijke afkeuring van homoseksueel gedrag en van alle handelingen tegen de morele natuurwet’ draagt dat onvermogen in zich.
Daar is geen discussie mee mogelijk, laat staan een gesprek. Mgr. de Korte zal er nog vaak een zware dobber aan hebben, al leert hij zo zijn collega’s in het ambt wel kennen…

Mgr. de Korte, bisschop van ‘s-Hertogenbosch

Bisschop de Korte laat in zijn brief de kerkleer overeind (en maak je geen illusies: die blijft zo!), maar hij laat als een echte herder merken, dat er wel degelijk ruimte is. Die ruimte is er in de meeste parochies en gemeenschappen al veel langer. En daarom neemt hij die ruimte niet in het verborgene, maar benoemt het en wil er inhoud aan geven, zij het nu op wat beperkter schaal. Het is aan ons om zijn uitgestoken hand in dank te aanvaarden. Dan zal het voor alle aanwezigen in de Roze Viering mogelijk zijn om waardig en met opgeheven hoofd te zingen, te bidden en de Heer te danken voor al het goede van de liefde die Hij in ons gelegd heeft. Die uitgestoken hand en een waardige viering zijn een zegen op zich. Die zegen kan door niemand afgepakt worden!

Op weg naar Emmaüs

De Emmaüs-gangers, samen met de ‘vreemdeling’. ©Afbeelding: Janet Brooks Gerloff, Abtei Kornelimünster. ©Foto: Hüsch/Abtei Kornelimünster

Preek 3e zondag na Pasen, jaar A
1e Lezing: Handelingen 2,14.22-32 ; Tussenzang: Psalm 16,1-2a.5.7-11 ;

2e Lezing: 1 Petrus 1,17-21 ; Evangelie: Lucas 24,13-35

Beste mede-parochianen,

De drie lezingen die we zojuist gehoord hebben kun je op twee manieren zien als een drieluik. En elk drieluik heeft haar eigen consequenties.

Het eerste drieluik noem ik het historische drieluik. Hierin zie je van links naar rechts het evangelie, de 1e lezing en de tweede lezing en kijk je dus naar de lezingen vanuit een historisch besef. Wat dat inhoudt? De verhalen over Jezus werden pas veel later opgetekend. Zo kijkend kun je dan concluderen dat het Emmaüsverhaal pas later ingekleurd werd met teksten uit het Oude Testament, welke bij uitstek toepasbaar waren op Jezus. Hierdoor kreeg de verkondiging meer lading en kracht. Een mogelijke enkele verwijzing die de vreemdeling naar de vroegere Schriften maakte is wellicht rijkelijk aangevuld en later hebben de 1e lezing en de tweede lezing daar nog een schepje bovenop gedaan. Het kan de geloofwaardigheid en kracht van het levensverhaal van Jezus alleen maar vergroten.

Het tweede drieluik noem ik het gelovige drieluik. Hierin krijgt het Evangelie een plekje in het midden, met links daarvan de eerste lezing en rechts ervan de tweede lezing. Wij als toehoorders weten hoe de geschiedenis verlopen is. Wij luisteren nu met de voorkennis naar de verhalen, voorkennis die de leerlingen destijds niet hadden. Wij raken niet in paniek op Goede Vrijdag, want wij weten toch wel dat Jezus met Pasen verrijst. Daarom ook worden wij met de eerste lezing eraan herinnerd hoe het ook alweer zat met de in het Oude Testament aangekondigde Goddelijke voorbestemming van Jezus als de Messias. Met die kennis reeds in ons rugzakje lezen we het Evangelie dan als een “Zie je wel, zo was het voorspeld, maar dat hadden die leerlingen niet door. Zij waren verblind.”, En de tweede lezing fungeert dan weer, net als in het historische drieluik, als een reglementaire vermaning.

Naar welk drieluik kijkt u het liefst? Het historische of het gelovige drieluik? Ik ga altijd graag op zoektocht om vanuit het dagelijkse leven met een andere blik naar de Bijbelse verhalen te kijken. Ik neem u in deze preek graag even mee op zo’n zoektocht.

Lees meer over dit bericht