Advent: Kerstmis daagt ons uit

Thuis.
Winterstop.
“Winterslaapje”.
Maar ook het huishouden doen, koken, de was.
En tijd voor wat bleef liggen.

Bovenal: Advent.
Op weg gaan naar Kerstmis.
Langzaamaan ons huis extra aankleden.
Allemaal voor mij en mijn lief.
Een stal met haar tijdelijke bewoners en bezoekers, uiteraard op een prominente plek.
Een boom, vol met nostalgie.
Extra verwennerijtjes.
Maar ook lichtjes, in en om het huis,
als aansporing om zelf een lichtje te zijn.
Licht om door te geven
en anderen blij te maken.
Het moeilijkste wat er is…

Stel dat ik anderen, vreemden,
niet toelaat in mijn leven…
Stel dat ik mij afsluit, grenzen sluit…
Stel dat ik alleen mijn lichtje geef
aan wie ik ken, vertrouw, liefheb…
Dat is makkelijk.
Maar dan bestaat Kerstmis niet.

Kerstmis is niet gemakkelijk.
Kerstmis daagt ons uit.
Kerstmis vraagt veel.

Jezus deed het ons voor.
Dat scheelt.

Nee, ik wil geen discussie.
Ik wil m’n best doen.
Doe jij mee?

Advertenties

Van As tot Ei

Ik was gewoon om òm de maand een column te schrijven voor het verenigingsblad UCEA van CHJC. CHJC is echter gefuseerd met ContrariO tot ChristenQueer. Die naam alleen al is een column waard.
Maar…kòmt er wel een nieuw verenigingsblad, wat de enige manier is om àlle Christelijke leden-die-buiten-de-geëigende-banen-leven (=Queer) te bereiken? En dus…kòmt er wel een nieuwe column?
En…waar zou mijn nieuwe column dan over moeten gaan?

Met de onwetendheid over het moment van verschijning van een nieuwe verenigingsblad kan een actueel onderwerp alweer achterhaald zijn. Ik kan wel wat gezelligs over de As van de Veertigdagentijd gaan neertikken om vervolgens bij een Ei uit te komen, maar misschien wordt het pas Pinksteren en heeft de Geest het Ei ingehaald.

Spontaan herinner ik mij nu ineens een geestig ei. Ja, hoe kom ik erop. In mijn vroegste jeugd had je van die apparaten bij winkels, waar je met een geldstukje een speelgoedje, verpakt in een soort van plastic ei, uit kon trekken of draaien of automatisch laten vallen in een opvangbakje. Ooit ‘trok’ ik een ei met (eufemistisch geschreven) ‘sieliepoetie’ erin. Voor zover mijn geheugen reikt was dat een soort zachte slurrie die net niet kleefde aan je vingers en waar je dus mee kon knoeien zonder te knoeien. Ik weet dat ik toen dol op dat schijnbaar vieze goedje was. Toen ik wat ouder was heb ik de stiekeme hoop gehad het ooit nog eens te pakken te krijgen, maar het scheen kennelijk vergane glorie te zijn…

Mijn vroegste belevingen van Pasen schaar ik ook onder de noemer ‘vergane glorie’. De glorie van Pasen drong niet tot mij door en waarom ik eieren moest kleuren heb ik ook nooit gesnapt, laat stáán dat ik er genoegen in vond om mij de pleuris te zoeken naar moedwillig verstopte eieren, binnen of buiten. Chocolade-eitjes lus ik echter nog altijd. Alleen vreet ik er geen kilo-knallers meer van in recordtempo. Ook die eitjes-orgies zijn vergane glorie.

Dat ik langzamerhand de ware glorie en grootsheid van het Paasfeest ben gaan ontdekken en ervaren, doet niets af aan mijn vraagtekens bij die eieren als teken van nieuw leven. Ik kan nog wel meer dingen bedenken die tekenen in zich dragen van nieuw leven: je coming-out, tulpen, je allereerste lange natte diepe hartstochtelijke zoen, bloemetjes, je eerste (bewuste) orgasme, bijtjes, je eerste huwelijksnacht, lammetjes in de wei, de dag waarop je nieuwe levenskeuze gestalte kreeg, etc.

En ja, het leven schrijdt voort, ook mijn geloof…
Ik krijg steeds vaker de kriebels als bepaalde gelovigen zo expliciet rechtlijnig en onbetwistbaar dogmatisch met mij willen praten (nee, níet discussiëren) over Jezus als onze Heiland en Verlosser. Ik vul die ‘verlossing’ ook graag wat anders in: Jezus verlost mij van een heleboel farizeïsche geloofsballast èn van het zonde-oordeel. Als mèt Jezus ook de zonde gekruisigd werd, zeik dan niet meer over zonde! Schuif je eigen stommiteiten niet af op de zogenaamde zondeval of op een ‘duivel’, maar pak een spiegel, kijk erin en ga dan lekker zitten schelden op jezelf. Dat helpt je tevens om zaken die je om je heen verkeerd ziet gaan uiteindelijk scherper en helderder te benaderen en te benoemen, omdat je eerst jezelf hebt bekritiseerd.

Jezus leerde ons om af te rekenen met farizeïsch gedrag, zonde en duivel, eigenmachtig handelen en vooral: niemand in de kou laten staan. ‘Zonde’ als je niemand het leven gunt zoals God het geschapen heeft! Dàt is verrijzen ten voeten uit, dankzij Jezus!

En hiermee zou het eerste column-ei gelegd kunnen zijn voor het nieuwe contactblad van de nieuwe vereniging “ChristenQueer”, ware het niet dat er noch een blad, (en dus) noch een column is. De benaming ‘ei’ draagt verschillende betekenissen in zich. Ik laat het aan de lezer dezes over om een bepaalde ei-betekenis aan de nieuwe club, het mogelijk nieuwe contactblad of aan mijn schrijfsels toe te kennen. De mooiste is natuurlijk, vooruit dan maar, die van dat nieuwe leven: een nieuw leven voor de vereniging en voor een nieuw actueel lijfblad, verrezen uit het stof en de as.

En hopelijk niet met de ondefinieerbare samenstelling van die ei-‘sieliepoetie’…
Afwachten…

‘Roomschen’ en niet-100%-hetero’s

De kerkdienst op Roze Zaterdag van 24 juni aanstaande zou eerst in de Sint Jan van ‘s-Hertogenbosch plaatsvinden mèt de bisschop, mgr. de Korte, erbij.
Onlangs trok die bisschop beide voornemens toch weer in.

Er is al veel over (de motivatie van de bisschop ten gunste van een roze viering in de St. Jan en het uiteindelijke besluit van mgr. de Korte om er alsnog van af te zien) geschreven en geoordeeld in de diverse media.
Ikzelf mag evenmin oordelen. Als ik in de spiegel van mijn leven kijk besef ik dat ik in mijn leven mensen beschadigd en pijn gedaan heb. Ik heb er alles aan gedaan om daaronder een streep te zetten.
Daarom beperk ik mij tot deze reactie:

Ik was niet de enige die een paar weken geleden knipperde met de ogen toen ik las dat de Oecumenische Viering van Roze Zaterdag in de Sint Jan zou plaatsvinden. Later las ik dat de plebaan van de St. Jan mede voor zou gaan in die dienst en dat mgr. de Korte op het einde de zegen zou geven.
Ik dacht toen al: het is nu wachten op een reactie van priester Mennen.
Ik hoefde niet lang op die reactie te wachten.

priester Mennen

Mennen fulmineerde buiten zinnen tegen alles wat hem daarin tegenstaat. Ach, denk ik dan, het is genoegzaam bekend: dat soort gedrag (lees: gekonkel) is heel herkenbaar bij mensen die zelf met hun eigen geaardheid worstelen. Ik spreek uit mijn eigen ervaring in een ver verleden…

Inmiddels heeft mgr. de Korte vanwege verzet binnen het bisdom ‘s-Hertogenbosch de toestemming voor de viering in de St. Jan en zijn aanwezigheid daarbij ingetrokken, al blijft de plebaan één van de voorgangers in de Roze Viering die nu in de protestantse Grote Kerk, vlakbij de St. Jan, plaatsvindt. En ook nu zijn Mennen & Co verre van tevreden. Het was te verwachten.

Verzet binnen het bisdom: het is een kleine recalcitrante groep orthodoxe RK-gelovigen/priesters die steevast chantage gebruikt om de Leer der Kerk naar de letter te bewaken. Daarbij heiligt het doel elk middel, want de Leer der Kerk is niet pastoraal en de letter is wet. Daar is ook totaal geen discussie mee mogelijk, want de Leer staat niet ter discussie. In de absolute waarheid die achter de Letter der Leer schuilgaat ligt voor hen de ultieme opdracht en het genoegen om elke andere mening/levenswijze/afvallige ‘geestelijk’ dood te knuppelen. En mòcht er (‘geestelijk’) bloed vloeien, dan rust de bloedschuld op (in dit geval) de homo’s zelf (ja, dit staat in de Bijbel: Leviticus 20,13) en wast dus elke criticus zijn handen tevreden in onschuld. Dat de gezondheid van de voorganger van mgr. de Korte, mgr. Hurkmans, hieronder leed in zijn nadagen als bisschop van ‘s-Hertogenbosch is geen geheim. Hij werd weer milder, zoals hij eens als pastoor ook was en dat werd niet gepikt.

Zolang kerkelijke praktijken die recht tegen de Leer ingaan verborgen blijven, is er geen vuiltje aan de lucht. Zodra het openbaar wordt is het ‘not done’, een probleem, een rel.
Als ik indertijd gelogen had omtrent mijn homoseksuele praxis, dan had ik pastoraal werker kunnen worden. Was het later alsnog ‘openbaar’ geworden, dan (en dit is letterlijk aan mij medegedeeld door het toenmalig Hoofd Personeelszaken van het Bisdom Rotterdam)…”…is er een probleem, maar dan is daar wel een mouw aan te passen.”

Je mag dit alles hypocriet noemen. Het is veel meer een even zielig als triest fundamenteel onvermogen om de huidige tijdspanne theologisch, leerstellig en pastoraal te benaderen.
Wie de Roze Viering in de Sint Jan beschrijft als ‘het innemen van het laatste bolwerk dat vasthoudt aan de schriftuurlijke afkeuring van homoseksueel gedrag en van alle handelingen tegen de morele natuurwet’ draagt dat onvermogen in zich.
Daar is geen discussie mee mogelijk, laat staan een gesprek. Mgr. de Korte zal er nog vaak een zware dobber aan hebben, al leert hij zo zijn collega’s in het ambt wel kennen…

Mgr. de Korte, bisschop van ‘s-Hertogenbosch

Bisschop de Korte laat in zijn brief de kerkleer overeind (en maak je geen illusies: die blijft zo!), maar hij laat als een echte herder merken, dat er wel degelijk ruimte is. Die ruimte is er in de meeste parochies en gemeenschappen al veel langer. En daarom neemt hij die ruimte niet in het verborgene, maar benoemt het en wil er inhoud aan geven, zij het nu op wat beperkter schaal. Het is aan ons om zijn uitgestoken hand in dank te aanvaarden. Dan zal het voor alle aanwezigen in de Roze Viering mogelijk zijn om waardig en met opgeheven hoofd te zingen, te bidden en de Heer te danken voor al het goede van de liefde die Hij in ons gelegd heeft. Die uitgestoken hand en een waardige viering zijn een zegen op zich. Die zegen kan door niemand afgepakt worden!