Rome en de vele wegen

Pelgrimsbutton van 33 jaar geleden. ©Emmanuel

In de eerste helft van juni jl. hebben wij Rome bezocht. Voor mij was het 33 jaar geleden dat ik via het Bisdom Roermond, samen met 120 jongeren en de nodige priesters (per trein) en bisschop Gijsen (per vliegtuig) een pelgrimstocht ondernam naar de Eeuwige Stad.

Toen, toegevoegd aan een klein groepje jongeren-met-roeping (al moest mijn roeping nog komen, maar men dacht waarschijnlijk: baadt het niet, schaadt het niet…) bezochten we de opgravingen van het graf van de Heilige Petrus. Daar, pal naast die toch wel heilige plek, baden we de Geloofsbelijdenis. Daar werd ik gewaar dat ik iets moest gaan doen in de Kerk en iets anders dan trouwen en kindjes krijgen. In een geheel andere setting is dat nog steeds het geval…
Vlak voor de terugkeer naar Nederland hadden we een privé-audiëntie bij de toenmalige paus en inmiddels heilig verklaarde Joannes-Paulus II, die ik een hand mocht geven en van hem een Rozenkrans kreeg.

Nu ben ik ruim drie decennia verder. Ik heb mijn (RK-)geloof losgemaakt van de onbarmhartige kerkleer-regels. Van die regels mag ik best een kerk binnenkomen, maar daar heb je het dan ook wel zo’n beetje mee gehad. Het tegenovergestelde is echter het geval: ik beleef mijn geloof, mijn kerk-betrokkenheid en het feit dat ik zelfs af en toe mag voorgaan in een Woord-en Communie-viering vanuit dankbaarheid voor Gods barmhartigheid en met Jezus’ onbegrensde liefde voor de medemens voor ogen. Eind vorig jaar werd het Jaar van de Barmhartigheid afgesloten. Ik heb op veel momenten in mijn leven barmhartigheid mogen ervaren, ook rond dat jaar. Barmhartigheid: een term die het spreekwoord “Vele wegen leiden naar Rome” handen en voeten geeft.

Vroeger kon ik met de RK-kerkleer in de hand zo de weg uitstippelen naar de hemel. Inmiddels heb ik de zekerheid gekregen dat die weg niet de enige weg is en in ieder geval een weg is met bar weinig barmhartigheid. Wie het leven verengt tot de keuze voor de brede of smalle weg heeft zeker een doel voor ogen, maar snapt niets van Gods schepping en doet Hem tekort.

Een mooi voorbeeld hiervan is het intrekken door de bisschop van ‘s-Hertogenbosch, mgr. de Korte, van de toestemming om de Oecumenische Roze Viering van Roze Zaterdag van 24 juli jl. te laten plaatsvinden in de kathedrale Basiliek van St. Jan. Hij deed dat nadat hij constateerde dat er gelovigen en priesters waren die het niet eens waren met die dienst in de St. Jan en de aanwezigheid daarbij van de bisschop, wat dus ook niet doorging. Het was niet zijn keuze. Hij werd onder druk gezet, gechanteerd. Met de ‘bar machtige’ kerkleer in de hand is dat een fluitje van een cent.

Er ‘leiden meer wegen naar Rome’. Paus Franciscus heeft barmhartigheid zijn hele priesterleven lang al in praktijk gebracht. Majoor Bosshardt (25 juni was het 10 jaar geleden dat zij werd ‘Bevorderd tot Heerlijkheid’) deed hetzelfde. Pater van Kilsdonk was ook zo iemand. En ik ken vele priesters, religieuzen, gelovigen en medemensen die leven vanuit hun hart. Zij zijn open, toegankelijk, onbevooroordeeld, zorgzaam, hebben een luisterend oor, zijn vergevingsgezind en geven je vrijheid zoals Jezus dat deed.

Plebaan Geertjan van Rossum oogstte tijdens de Oecumenische Roze Kerkviering een lang en welgemeend applaus! ©Henk van Esch

Die paar steekwoorden (er zijn er veel meer) zijn de handen en voeten van de barmhartigheid. Barmhartigheid is voelbare nabijheid van God. Die nabijheid van God, die barmhartigheid proefde ik toen ik de woorden las (lees HIER die woorden) die de Plebaan van de St. Jan heeft uitgesproken tijdens de Roze Kerkdienst op Roze Zaterdag.

Door een bommelding was onze aankomst in ‘s-Hertogenbosch later dan gepland en misten wij die viering. Maar er zijn gelukkig meer ‘wegen die naar Rome leiden’…
Dat gold ook voor de pelgrims die tijdens een Eucharistieviering, die wij onlangs in Rome in de Kerk der Friezen meevierden, de pelgrimszegen kregen en een oorkonde omdat zij op de fiets vanuit Nederland naar Rome waren gepelgrimeerd. Da’s heel wat anders als het vliegtuig pakken zoals wij deden!

Paus Franciscus tijdens de Algemene Audiëntie op woensdag 7 juni 2017. ©Emmanuel

En tijdens die recente Rome-reis was ik, nu met mijn wederhelft, opnieuw aanwezig bij een Algemene Audiëntie, nu van paus Franciscus, op het Sint Pietersplein. Het was niet zoals 33 jaar geleden. En niet alleen ik, maar ook de tijdsgeest is de onschuld voorbij. De tijd van aanslagen heeft haar invloed op het verzamelen van grote mensenmassa’s. Maar toch… We stonden pal vooraan en het was een bijzondere ervaring.

Dat was ook mijn hernieuwde bezoek aan de St. Pieter en het altaargraf van de heilige paus die ik toen de hand schudde… Daar stond ik dan: ouder, wijzer, maar ook even als een klein kind, met tranen in mijn ogen mij verwonderend over de loop van mijn leven, nu met mijn man aan mijn zijde. Zoveel barmhartigheid, zoveel mooie en zelfs betere ‘wegen die naar Rome leiden’…

Emmanuel
https://emmanuelweblog.wordpress.com

Nostalgie

Gedurende mijn kloostertijd mocht ik op kosten van de abdij een fiets aanschaffen. Gelet op de gelofte van armoede werd dat geen nieuwe, maar wel een goede tweedehands, altijd nog met een prijskaartje van over de 400 gulden. Hiermee kon ik op de fiets boodschappen doen voor de gemeenschap, maar kon ik ook activiteiten in andere abdijen per fiets bezoeken. Hiermee wilde ik
mijn pre-kloostertijd-fietstochten vanuit mijn ouderlijk huis weer een nieuwe impuls geven.

Zo peddelde ik in 1993 naar Hoogstraaten in België, alwaar de Katholieke Charismatische Vernieuwingsdagen werden gehouden. Ik ging er indertijd naar toe op uitnodiging van een vaste abdij-bezoeker, die er ook ieder jaar kwam.
Het was voor mij een hele eyeopener: het geloof werd daar heel blij gevierd, soms iets TE blij naar mijn gevoel, maar in ieder geval losser als in de abdij. Nu heeft iedere geloofsgemeenschap haar eigenheid en daar moet je niet teveel aan tornen. Voor mijzelf waren die geloofsdagen een hele verrijking. Ik zat midden in mijn eigen private coming-out en gedurende die dagen werd ik alleen maar
bevestigd in mijn ‘zijn’, al wist maar een enkele medebroeder van hetgeen waar ik mee worstelde.

Ik kan mij nog goed herinneren, dat ik fietsend in de vroege ochtend (ik was tegen 06.00 uur vertrokken) ergens op een fietspad ineens een vosje zag oversteken. Het was nog wat heiig en Moeder natuur was nog bezig wakker te worden. Dat ontwaken van de natuur vond ik ook altijd zo mooi na de Metten. Rond kwart voor zes in de vroege ochtend vanuit de abdij de tuinen en weilanden in wandelen. Stilte verstoord door een enkele ontwakende vogel of in de verte een zoevende auto. Eigenlijk de mooiste momenten van de dag!

Die fijne fiets gebruikte ik vaker en die werd mijn enige eigen vervoermiddel toen ik na mijn uittrede in Den Haag ging wonen en naast mijn fiets alleen een jaarabonnement op bus en tram van de HTM had. Op m’n barreltje heb ik heel wat kilometertjes afgelegd en ik vond het heel erg jammer toen mijn kilometerteller het begaf en weer op nul stond. Natuurlijk had ik de verreden kilometers niet genoteerd….

Na meerdere opknapbeurtjes in Den Haag en op zijn nieuwe adresje in het Zeeuwse was er tegen de roest niet meer op te boksen. Mijn knappe tweewieler, m’n kloosterbarreltje, zoals ik hem liefkozend noemde, verwerd langzaamaan tot een aftands piepend en krakend vervoermiddel, dat onze schuur al de nodige roestplekken op de vloer had gegeven, vooral als íe nat binnen werd gezet. Het werd tijd voor een beter exemplaar. Lastig, als m’n kloosterbarrel en ik zo aan elkaar gehecht waren. Natuurlijk is dat pure nostalgie en heeft niets van doen met de verdiepende bagage van mijn geleefde kloosterjaren. En toch kostte het moeite om dan afscheid van hem te nemen. Ik twitterde op zondag 10 juli jl:

Vrijdag m’n dierbare fiets, verworden tot barrel, ten
‘grave’ gedragen in de milieustraat. “R.I.P.” Vandaag
gedenken in kerkdienst.

Inmiddels heeft een spiksplinternieuwe (niks ‘Gelofte van Armoede’) Batavus ‘Robusta’ de plaats van mijn kloosterbarrel ingenomen, met alle nieuwe snufjes,
behalve een accu… Hij zal nooit een roestige kloosterbarrel worden, want hij is van aluminium en heeft nog nooit een klooster van binnen gezien. Toch geef ik hem iets mee van die traditie: een kleine Benedictus-medaille aan het sleutelringetje. Noem het bezopen (“Proost”), verklaar me voor gek (“De eerste normale mens moet nog geboren worden!”) of verwijt me nostalgie.

Best! Wie bovenstaande ontboezeming leest met zijn hart zal niet anders doen
dan zijn duim opsteken! Doe ik ook naar jou als ik langszoef op mijn nieuwe Robusta, gekocht met de (protestantse) zegen van mijn lievewederhelft, want ook al heb ik de Gelofte van Armoede AF-gelegd: ik vond hem best nog duur… Lief hè, die wederhelft van mij….