Van As tot Ei

Ik was gewoon om òm de maand een column te schrijven voor het verenigingsblad UCEA van CHJC. CHJC is echter gefuseerd met ContrariO tot ChristenQueer. Die naam alleen al is een column waard.
Maar…kòmt er wel een nieuw verenigingsblad, wat de enige manier is om àlle Christelijke leden-die-buiten-de-geëigende-banen-leven (=Queer) te bereiken? En dus…kòmt er wel een nieuwe column?
En…waar zou mijn nieuwe column dan over moeten gaan?

Met de onwetendheid over het moment van verschijning van een nieuwe verenigingsblad kan een actueel onderwerp alweer achterhaald zijn. Ik kan wel wat gezelligs over de As van de Veertigdagentijd gaan neertikken om vervolgens bij een Ei uit te komen, maar misschien wordt het pas Pinksteren en heeft de Geest het Ei ingehaald.

Spontaan herinner ik mij nu ineens een geestig ei. Ja, hoe kom ik erop. In mijn vroegste jeugd had je van die apparaten bij winkels, waar je met een geldstukje een speelgoedje, verpakt in een soort van plastic ei, uit kon trekken of draaien of automatisch laten vallen in een opvangbakje. Ooit ‘trok’ ik een ei met (eufemistisch geschreven) ‘sieliepoetie’ erin. Voor zover mijn geheugen reikt was dat een soort zachte slurrie die net niet kleefde aan je vingers en waar je dus mee kon knoeien zonder te knoeien. Ik weet dat ik toen dol op dat schijnbaar vieze goedje was. Toen ik wat ouder was heb ik de stiekeme hoop gehad het ooit nog eens te pakken te krijgen, maar het scheen kennelijk vergane glorie te zijn…

Mijn vroegste belevingen van Pasen schaar ik ook onder de noemer ‘vergane glorie’. De glorie van Pasen drong niet tot mij door en waarom ik eieren moest kleuren heb ik ook nooit gesnapt, laat stáán dat ik er genoegen in vond om mij de pleuris te zoeken naar moedwillig verstopte eieren, binnen of buiten. Chocolade-eitjes lus ik echter nog altijd. Alleen vreet ik er geen kilo-knallers meer van in recordtempo. Ook die eitjes-orgies zijn vergane glorie.

Dat ik langzamerhand de ware glorie en grootsheid van het Paasfeest ben gaan ontdekken en ervaren, doet niets af aan mijn vraagtekens bij die eieren als teken van nieuw leven. Ik kan nog wel meer dingen bedenken die tekenen in zich dragen van nieuw leven: je coming-out, tulpen, je allereerste lange natte diepe hartstochtelijke zoen, bloemetjes, je eerste (bewuste) orgasme, bijtjes, je eerste huwelijksnacht, lammetjes in de wei, de dag waarop je nieuwe levenskeuze gestalte kreeg, etc.

En ja, het leven schrijdt voort, ook mijn geloof…
Ik krijg steeds vaker de kriebels als bepaalde gelovigen zo expliciet rechtlijnig en onbetwistbaar dogmatisch met mij willen praten (nee, níet discussiëren) over Jezus als onze Heiland en Verlosser. Ik vul die ‘verlossing’ ook graag wat anders in: Jezus verlost mij van een heleboel farizeïsche geloofsballast èn van het zonde-oordeel. Als mèt Jezus ook de zonde gekruisigd werd, zeik dan niet meer over zonde! Schuif je eigen stommiteiten niet af op de zogenaamde zondeval of op een ‘duivel’, maar pak een spiegel, kijk erin en ga dan lekker zitten schelden op jezelf. Dat helpt je tevens om zaken die je om je heen verkeerd ziet gaan uiteindelijk scherper en helderder te benaderen en te benoemen, omdat je eerst jezelf hebt bekritiseerd.

Jezus leerde ons om af te rekenen met farizeïsch gedrag, zonde en duivel, eigenmachtig handelen en vooral: niemand in de kou laten staan. ‘Zonde’ als je niemand het leven gunt zoals God het geschapen heeft! Dàt is verrijzen ten voeten uit, dankzij Jezus!

En hiermee zou het eerste column-ei gelegd kunnen zijn voor het nieuwe contactblad van de nieuwe vereniging “ChristenQueer”, ware het niet dat er noch een blad, (en dus) noch een column is. De benaming ‘ei’ draagt verschillende betekenissen in zich. Ik laat het aan de lezer dezes over om een bepaalde ei-betekenis aan de nieuwe club, het mogelijk nieuwe contactblad of aan mijn schrijfsels toe te kennen. De mooiste is natuurlijk, vooruit dan maar, die van dat nieuwe leven: een nieuw leven voor de vereniging en voor een nieuw actueel lijfblad, verrezen uit het stof en de as.

En hopelijk niet met de ondefinieerbare samenstelling van die ei-‘sieliepoetie’…
Afwachten…

Advertenties

Een hedendaagse Jozef en Maria

Iedere Adventstijd staat deze kunstig gemaakte en ingelijste 3-D-afbeelding op ons dressoir. De rest van het jaar bevindt het zich, passend, in onze logeerkamer. Het oorspronkelijke Anton Piek-werk brengt ons Jozef en de hoogzwangere Maria op een ezeltje in beeld, op zoek naar onderdak. Ook vorig jaar schreef ik een hierop geïnspireerd stukje: “Opnieuw”.

Het kunstwerkje is een indringende weergave van waar het in de Adventstijd om gaat: op weg gaan, ons voorbereiden op en toegroeien naar het (opnieuw in ons) geboren worden van Jezus.
Hij wordt Heiland genoemd, Verlosser. Je kunt dat hoogdravend en traditioneel gelovig invullen. Prima. Maar je kunt ook naar hem kijken als een bijzonder mens, die het uitschot van de maatschappij juist niet over het hoofd ziet, die nieuw elan geeft aan verloren levens, die de elite, de machtigen, inhaligen en zogenaamde religieuze leiders de les leest, die in de gewone mens méér naar boven haalt dan enkel onderbuikgevoelens…

Jozef en Maria belandden uiteindelijk na veel omzwervingen en afwijzingen in een armetierige stal of grot, midden tussen de beesten. Je weet hoe een koeienstal ruikt? Prettig verblijf gewenst!

Is dit Bijbelse verhaal een boodschap voor ons? Om in vertrouwen op weg te gaan, zonder ons druk te maken over hoe en wat en waar en waarom? Durven wij dit verhaal, deze Jozef en Maria, ook actueel te maken met het zien van de stromen vluchtelingen? Hoe vaak gooiden wij, persoonlijk en als land, de deur dicht met: “Geen plaats meer!”…?
Durven wij ons schraperige, geldzuchtige en stink(!)rijke leven terug te schroeven naar de menselijke maat? Zijn wij in staat ècht een nieuwe weg in te slaan, ook naar elkaar toe? Is vergeving en berusting niet de mooiste weg naar die nieuwe toekomst in plaats van de haat blijvend te funderen door intriges, ruzies, slepende procedures, geldelijke genoegdoening, etc.?

Jozef en Maria, na de geboorte van Jezus ook nog eens berooid op de vlucht voor onrecht en moord. Hoe actueel. Hoe actueel mijn vragen. Hoe actueel deze Advent.

Zalige Advent!!

In Memoriam: Jaap Zijlstra 1933 – 22 december 2015

Een mens, een gelovige, een dominee, een dichter, een homo: Jaap Zijlstra was het en juist door geen talent meer te verstoppen sprak hij bewust en onbewust nòg meer mensen aan.

Jaap Zijlstra achter zijn bureau aan de Keizersgracht in Amsterdam. ©Menno Bouman

Hij kwam pas ‘uit de kast’ toen hij 50 was; gevolg van de Christelijk opvattingen omtrent homoseksualiteit. Gods Geest is nooit aan banden te leggen en dus ook niet in 1983 na die preek over het Hooglied. Tijdens de preek dacht hij plotseling aan al die mensen die ook een partner zouden willen hebben, die ook gestreeld zouden willen worden. Mensen die gescheiden zijn. Mensen die homo zijn. “En ik dacht: doen!”

“Ik heb vanmorgen ook mensen verdriet gedaan. Ik denk aan mensen die alleen zijn, en getrouwd wilden zijn. Of mensen die gescheiden zijn. En dan zijn er nog de mensen met een andere geaardheid, de homo’s. Daar is in de kerk ook heel weinig of nooit aandacht voor geweest. Voor zo iemand is zo’n preek pijnlijk. Ik weet waar ik over praat, want ik ben zelf ook homo.”

Lees meer over dit bericht