Op afstand verbonden

©️Collage: Emmanuel

Het klinkt zo mooi, deze titel. En in de unieke, onwerkelijke, moeilijke en trieste periode waarin onze wereld is beland worden mensen inventief om dat waar te maken. Vlaggen, beertjes, posters, stoepkrijt, hoogwerkers…
Op allerlei wijzen zoeken we contact, trekken we aandacht en zijn we voorzichtiger naar elkaar toe, ook al blijven we veel meer binnen of rond-het-huis dan normaal.

Vakanties kunnen we vergeten dit jaar, theater gaat er voorlopig ook niet meer van komen, treinreizen wordt een drama àls het al weer mag voor iedereen, cafés en restaurants verbouwen zich suf en winkels hebben ook nog de nodige hoofdbrekens eer ze weer open gaan.
En die economie en die cultuur en, ach, noem maar op….bakken met leed en geld gaat onze afzondering kosten. Dat gaan we nog vele jaren voelen in onze levens en portemonnaies.

Het heerlijk ongedwongen samenzijn bij de Gay Prides, waarvan wij er jaarlijks altijd wel een paar van bezochten, zit er eveneens niet in. Er ontstaan tal van online-initiatieven, maar lijfelijk bij elkaar zijn voor Canal Parade, het samen uitgaan en feesten… Nee, het zal er niet zijn, onze Amsterdam Pride, onze CSD in Keulen.

Maar het ergste van alles zijn de vele slachtoffers, overleden, moeilijk herstellend, de psychische schade, de vele longschade en blijvende sporen in het lichaam van dat grillige Corona-virus…
En denkend aan de inzet van zovele mensen in de zorg, vitale beroepen, …
Het is niet te bevatten.

Wanneer mogen we weer knuffelen? Wanneer weer omhelzen, zoenen en lijfelijk troosten bij een uitvaart? Wanneer gaan we zonder angst weer naar de sauna, zwembad, camping, reizen?
Op afstand verbonden… Mooi, maar zwaar!

Jezus was ook geen afstandsmens. Jezus had huidhonger. Hij zocht mensen op, mensen zochten hem op. Het was vaak dringen, ook al zocht hij ook geregeld de eenzaamheid op, het even alleen-zijn, zoals die veertig dagen in de woestijn.

Zal onze eenzaamheid, het verplichte alleen-zijn, het terugkijken hoe wij eerst leefden, haastten, renden, vlogen, druk-druk-druk….zal dat alles ons aan het denken zetten? Gaan wij terug naar zoals-het-vroeger-was? Of durven wij nu nieuwe keuzes te maken? Gaan wij meer het kleine waarderen en daarin geluk zien? Zal het leven doorgaan in een ingezette lagere versnelling? Komt er meer een compassie-samenleving? In die komende anderhalvemeter-maatschappij? Zou die maatschappij een blijvertje zijn?

Wij zijn zo verwant met die Ongelovige Thomas, die nòg enthousiaster werd toen hij de verrezen Jezus zelf ontmoette en diens kruiswonden mocht betasten. Durven wij te geloven in iets nieuws, terwijl we het nog niet zien en nog niet voelen? Te blijven bidden? Ècht vertrouwen? In een nieuwe Schepping?

De post-Corona-tijd zal het leren…
Nu nog gaan zien wanneer díe aanbreekt…

Oh, die huidhonger… Jezus lijdt met ons mee…!
En hij zegt tot ons: “Hou vol! En zorg voor elkaar!”

Jezus: bron en voorbeeld

Jezus en de Samaritaanse vrouw bij de Jacobsbron. Olieverf-schilderij op doek uit 1890, geschilderd door ©️Henryk Siemiradzki (1843-1902).Het bevindt zich thans in “The Lvov Picture Gallery” in Lvov (Oekraïne).

Niet-uitgesproken preek (oorspronkelijk bestemd voor de Viering van Woord & Communie in een verzorgingshuis) i.v.m. het afgelasten van kerkdiensten om het Corona-virus in te dammen.

Derde zondag in de Veertigdagentijd.

Eerste lezing: Exodus 17,3-7 ; Evangelie: Johannes 4,5-15.19-26


Beste gelovigen,

Water. Bij ons komt het uit de kraan. Elders in de wereld moet men er kilometers voor lopen. In die zin zijn wij hier verwend. Water is essentieel. Daarom liepen de Israëlieten te mopperen in de woestijn, want, heel simpel, ze hadden dorst. Ze werden boos op God, omdat ze al zo lang in de woestijn waren. God laat dan zien dat Hij bij Zijn volk is. Ook als ze boos op Hem zijn. God zorgt ervoor dat Mozes water uit de rotsen kan slaan. Het volk mag zich laven aan fris helder water.

In het Evangelie horen we een klein deel van een hele lap tekst. De vrouw bij de waterput is een Samaritaanse. Volgens de Joden zijn Samaritanen door de duivel bezeten en contact met hen is verboden. Jezus laat zien dat Hij boven de meningen en opvattingen van mensen staat en gaat door Samaria heen en zoekt de mensen op. Zo ook die Samaritaanse bij de waterput.

Begrijpelijk dat die vrouw Jezus eerst wantrouwt. De behoefte aan water blijft, maar dat levende water, waar Jezus over spreekt, vindt die vrouw wel heel aantrekkelijk.

Zij is een mens met behoefte aan het gewone water, maar zij staat evenzo open voor het geestelijke water dat Jezus haar kan geven. Wat is dat dan voor water?

Dat water staat vooral het goede in het leven: liefde, vrede, vreugde. Het klinkt afgezaagd, maar zonder die drie is ons leven in feite niets. Het is iedere dag een hele opgave om liefde uit te dragen, aan vrede te werken en blij en vreugdevol te zijn.

Maar met lelijk kijken en mopperen lossen we ook niks op. Jezus heeft dat feilloos door. En hij beseft als geen ander dat het uitsluiten van andere mensen liefdeloos is. Het negeren en zelfs haten van mensen is als oorlog. En daar is niks vreugdevols aan.

Daarom laat Jezus zien dat wij, dat de Kerken, dat de regeringen niemand mogen beoordelen, veroordelen, uitsluiten, in de kou mogen laten staan. Geen Samaritaan, geen Jood, geen vluchteling, geen homoseksueel, geen ongelovige….niemand mag buitengesloten worden. En dat is best nog wel een ‘dingetje’, nu het Corona-virus genadeloos toeslaat…

Want voor iedereen is Jezus gekomen. Zijn woorden en Zijn voorbeeld zijn als het ware een bron waaraan iedereen zich mag laven. En Wie Jezus op die manier durft te zien en niet zo slecht of afwijzend over Hem denkt en praat, zal merken dat er een Bron in zijn of haar leven is gekomen die niet meer zal opdrogen.

Levend water, water waarin wij gedoopt zijn. Water waaruit wij zijn herboren. En op die manier heel dicht bij God zijn. Ook op onze Goede Vrijdag als het lijden ons treft. Maar op de Goede Vrijdag volgt, ook voor ons, de Verrijzenis. Ons eigen Pasen!

Laten wij samen elkaar dragen in deze Veertigdagentijd door mooie en moeilijke momenten van ons leven heen en samen op weg gaan naar een liefdevol, vredig en vreugdevol Paasfeest! Levend water!!

Amen

Waar gaat onze reis naar toe?

Station Amsterdam Sloterdijk. ©️Emmanuel

Wij zijn geen fan van Danny Vera. Toch spookt zijn (zeker niet onaardige) song “Rollercoaster” de afgelopen weken geregeld door m’n hoofd. We zijn in een rollercoaster beland door de onverwachte gezondheidswending van m’n schoonmoeder. Veel geregel, overleg en onverwachte zaken, welke vragen om snel te schakelen. En soms schakel je mis, met de kennis van de dag erna. Daarbij komt de curator-zorg voor m’n schoonzus-met-beperking en m’n dementerende schoonvader. En dat alles niet echt om de hoek…

Terwijl ik alweer een keer alleen met de trein reis rond onze zorg-perikelen en staar naar het spoor dat in de verte ‘verdwijnt’ komt de kop van dit stukje in m’n gedachten. Mn blik is kenmerkend voor de vele vragen, angsten en onzekerheden die in deze onstuimige periode door onze hoofden razen. Met of zonder geloof: het blijft een vraag die pas antwoord krijgt als dat onbekende antwoord werkelijk aan ons geschiedt. Het is aan ons om te schakelen, te handelen, te beslissen en hopen op het goede van onze keuzes. En vaak hebben we niet te kiezen. “Het leven gebeurt aan ons zoals we het niet gepland hebben.”, leerde ik van m’n goede meester Jan.

Dat ongewisse, dat mistige, die donkere tunnel, dat zwarte gat… We zoeken naar invulling, nut, reden, betekenis… We kunnen het ongeluk afschuiven op God. Hij bestuurt onze wereld, toch? Hij leidt ons leven, toch? Maar waarom zou ik Hem dan aanroepen om het ongeluk van mij weg te nemen? Is Hij sadistisch of zo? Of: als Hij zo machtig is, waarom neemt Hij dat ongeluk niet van mij weg?

De mensen hebben van God een karikatuur gemaakt: een rare uitbeelding van een inbeelding. Op een machtige God loop ik vast. Ik loop echter niet vast op de natuur waarin wij leven, waaruit wij voortgekomen zijn, waarin leven en dood onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en waarvan ik best durf te geloven dat God dat geschapen heeft in die lange, lange evolutie. En de verbondenheid van leven en dood zie ik in het leven van Jezus en in ieder mens die de grens van leven en dood overgaat of overging. Zorg hebben voor elkaar in alle levensfases is een leerschool van hem voor samen-leven, voor dat moeilijke schakelen, handelen, beslissen, hopen en kiezen.

En ik geloof dat God daar niet als een sadist of boeman boven staat, maar naast ons is als steun en toeverlaat, al dan niet zichtbaar en tastbaar in die zorgende handen en medelevende mensen om ons heen. Ziekte, dood… Het hoort erbij. Jezus leed ook, liet zien dat wij niet alleen hoeven te lijden. Ook al dragen wij veel leed (schijnbaar) alleen.

Ik heb mooi praten. Ik ben gezond en geniet van leven en liefde. En toch heb ook ik die vraag: Waar gaat onze reis naar toe? Nu ben ik onderweg naar huis. Maar ook naar het einde van mijn leven. Wanneer? Weet ik niet. “Niemand weet hoe laat het is”, zong Youp van ‘t Hek ooit in een Oudejaarsconference. Ik wacht niet af. Ik leef, heb lief, hef het glas en zolang ik goed in m’n vel zit, kan ik ook goed zijn voor een ander.

En ik denk aan mijn goede moeder-Zaliger, die op haar sterfbed door pijn en lijden heen wijze levenslessen meegaf van mededogen, zorg voor al onze naasten, vreedzaam samenleven en geloof. Een Heilig voorbeeld van waar onze reis naar toe gaat. Biedt dat perspectief? Ik probeer dat spoor te volgen, dat schijnbaar oneindige spoor…