Tegenstem Nashville-verklaring

Op 4 januari openbaarde de zware Christelijke hoek de Nederlandse versie van de Nashvilleverklaring (een vertaling van de Amerikaanse verklaring uit 2017 waarin zeer conservatieve standpunten over homoseksualiteit en transseksualiteit worden opgetekend in 14 artikelen). Daarin worden zorgen geuit omtrent de teloorgang van het traditionele gezin en worden homoseksualiteit, genderdiversiteit, polygamie, etc. buiten Gods bedoeling geplaatst.

Deze Nashvilleverklaring maakte in korte tijd vele al dan niet gelovige hetero’s en niet-100%-hetero’s kwaad, verdriet en opstandig.

Met dezelfde zekerheid waarmee deze Nashvilleverklaring is geschreven zeg ik nu:
Die reacties zijn een onverwachte en unieke afstraling van de gemoedstoestand van onze God omtrent deze Nashvilleverklaring, die buiten Zijn medeweten om in gang gezet is.

Na het lezen van deze Nashvilleverklaring schreef ik als gelovige homoseksueel de volgende recht-uit-het-hart-reactie, welke ik opstuurde naar het info-adres van bovengenoemde website, info@nashvilleverklaring.nl.

Ik poog erop te vertrouwen dat de verstokte en verkilde harten van hen die deze Nashvilleverklaring al dan niet met een handtekening ondersteunen (en daarmee op de stoel van God zijn gaan zitten) zullen terugkeren van de ingegane weg van duisternis, moord in daad en woord, slaafsheid en liefdeloosheid.

Beste mensen,

De Nashvilleverklaring klopt niet.

Wie de Bijbel letterlijk leest, leest daarin NIETS wat de LIEFDE tussen twee mensen mensen van gelijk geslacht in de weg staat.
Dus daarin gaat u allen in tegen Gods grootste wet.

Als u letterlijk de Bijbel leest, leest u dat alle mensen die ‘het’ doen met iemand van hetzelfde geslacht gedood moeten worden.
En dat doet u niet, dus u leeft niet naar de ‘letter van de wet’ die u zo verdedigt.

U zult zeggen:
“Maar er staat geschreven dat wij niet mogen doden.”
Klopt!
En ná dat boek Exodus waarin dat geschreven staat komt er een tsunami van bloed uit de Bijbel van de moord op vele volken ‘in naam van de Heere’ omdat zij volgens de schrijvers van de Bijbel Gods vijanden zouden zijn.
Hoezo: gij zult niet doden? 

Als u consequent naar de ‘Woord van de Heere’ wilt leven, zult u allen in de leer moeten gaan bij IS, die op eenzelfde manier Gods Woord verkracht, ontkracht en interpreteert naar eigen goeddunken tot instandhouding van eigen religie, met moord op alle vijanden Gods.
Bij IS kunt u precies afkijken en leren hoe u dat in praktijk kunt brengen.
Als u dus àfkeurt wat IS doet, leeft u niet zuiver naar Gods Wil zoals u dat leest, leert en wilt lezen en leren.

“Iedere ketter heeft zijn letter” is een bekend gezegde.
U zult dat ongetwijfeld op mij van toepassing achten.
Ik kan u zeggen: dan is dat wederzijds!

Echter: ieder weldenkend mens ziet en erkent de inconsequentie van de Bijbel.
En ik denk bijna zeker te weten dat u de praktijken van IS afkeurt, net zoals ik dat doe.
Dus keert u in feite diezelfde zondige en liefdeloze geloofsregels en geloofspraktijk de rug toe.
Dat is dus óók Gods opdracht aan u met betrekking tot uw Nashvilleverklaring en uw goddeloze wijze van Bijbel-lezing en Bijbel-interpretatie.

Ook ik heb zondige en liefdeloze geloofsregels en geloofspraktijk de rug toegekeerd en God zegent mij en mijn homoseksuele relatie met mijn man overvloedig, evenals mijn Pro Deo(!)-werk voor mijn Kerk en de grote en kleine wereld waarin ik leef.
Moge dat ook aan u allen gegeven zijn!

Keer terug op uw zondige schreden en het zal u goed gaan!

Met broederlijke groet in alle kleuren van Gods Regenboog.

Advertenties

‘Roomschen’ en niet-100%-hetero’s

De kerkdienst op Roze Zaterdag van 24 juni aanstaande zou eerst in de Sint Jan van ‘s-Hertogenbosch plaatsvinden mèt de bisschop, mgr. de Korte, erbij.
Onlangs trok die bisschop beide voornemens toch weer in.

Er is al veel over (de motivatie van de bisschop ten gunste van een roze viering in de St. Jan en het uiteindelijke besluit van mgr. de Korte om er alsnog van af te zien) geschreven en geoordeeld in de diverse media.
Ikzelf mag evenmin oordelen. Als ik in de spiegel van mijn leven kijk besef ik dat ik in mijn leven mensen beschadigd en pijn gedaan heb. Ik heb er alles aan gedaan om daaronder een streep te zetten.
Daarom beperk ik mij tot deze reactie:

Ik was niet de enige die een paar weken geleden knipperde met de ogen toen ik las dat de Oecumenische Viering van Roze Zaterdag in de Sint Jan zou plaatsvinden. Later las ik dat de plebaan van de St. Jan mede voor zou gaan in die dienst en dat mgr. de Korte op het einde de zegen zou geven.
Ik dacht toen al: het is nu wachten op een reactie van priester Mennen.
Ik hoefde niet lang op die reactie te wachten.

priester Mennen

Mennen fulmineerde buiten zinnen tegen alles wat hem daarin tegenstaat. Ach, denk ik dan, het is genoegzaam bekend: dat soort gedrag (lees: gekonkel) is heel herkenbaar bij mensen die zelf met hun eigen geaardheid worstelen. Ik spreek uit mijn eigen ervaring in een ver verleden…

Inmiddels heeft mgr. de Korte vanwege verzet binnen het bisdom ‘s-Hertogenbosch de toestemming voor de viering in de St. Jan en zijn aanwezigheid daarbij ingetrokken, al blijft de plebaan één van de voorgangers in de Roze Viering die nu in de protestantse Grote Kerk, vlakbij de St. Jan, plaatsvindt. En ook nu zijn Mennen & Co verre van tevreden. Het was te verwachten.

Verzet binnen het bisdom: het is een kleine recalcitrante groep orthodoxe RK-gelovigen/priesters die steevast chantage gebruikt om de Leer der Kerk naar de letter te bewaken. Daarbij heiligt het doel elk middel, want de Leer der Kerk is niet pastoraal en de letter is wet. Daar is ook totaal geen discussie mee mogelijk, want de Leer staat niet ter discussie. In de absolute waarheid die achter de Letter der Leer schuilgaat ligt voor hen de ultieme opdracht en het genoegen om elke andere mening/levenswijze/afvallige ‘geestelijk’ dood te knuppelen. En mòcht er (‘geestelijk’) bloed vloeien, dan rust de bloedschuld op (in dit geval) de homo’s zelf (ja, dit staat in de Bijbel: Leviticus 20,13) en wast dus elke criticus zijn handen tevreden in onschuld. Dat de gezondheid van de voorganger van mgr. de Korte, mgr. Hurkmans, hieronder leed in zijn nadagen als bisschop van ‘s-Hertogenbosch is geen geheim. Hij werd weer milder, zoals hij eens als pastoor ook was en dat werd niet gepikt.

Zolang kerkelijke praktijken die recht tegen de Leer ingaan verborgen blijven, is er geen vuiltje aan de lucht. Zodra het openbaar wordt is het ‘not done’, een probleem, een rel.
Als ik indertijd gelogen had omtrent mijn homoseksuele praxis, dan had ik pastoraal werker kunnen worden. Was het later alsnog ‘openbaar’ geworden, dan (en dit is letterlijk aan mij medegedeeld door het toenmalig Hoofd Personeelszaken van het Bisdom Rotterdam)…”…is er een probleem, maar dan is daar wel een mouw aan te passen.”

Je mag dit alles hypocriet noemen. Het is veel meer een even zielig als triest fundamenteel onvermogen om de huidige tijdspanne theologisch, leerstellig en pastoraal te benaderen.
Wie de Roze Viering in de Sint Jan beschrijft als ‘het innemen van het laatste bolwerk dat vasthoudt aan de schriftuurlijke afkeuring van homoseksueel gedrag en van alle handelingen tegen de morele natuurwet’ draagt dat onvermogen in zich.
Daar is geen discussie mee mogelijk, laat staan een gesprek. Mgr. de Korte zal er nog vaak een zware dobber aan hebben, al leert hij zo zijn collega’s in het ambt wel kennen…

Mgr. de Korte, bisschop van ‘s-Hertogenbosch

Bisschop de Korte laat in zijn brief de kerkleer overeind (en maak je geen illusies: die blijft zo!), maar hij laat als een echte herder merken, dat er wel degelijk ruimte is. Die ruimte is er in de meeste parochies en gemeenschappen al veel langer. En daarom neemt hij die ruimte niet in het verborgene, maar benoemt het en wil er inhoud aan geven, zij het nu op wat beperkter schaal. Het is aan ons om zijn uitgestoken hand in dank te aanvaarden. Dan zal het voor alle aanwezigen in de Roze Viering mogelijk zijn om waardig en met opgeheven hoofd te zingen, te bidden en de Heer te danken voor al het goede van de liefde die Hij in ons gelegd heeft. Die uitgestoken hand en een waardige viering zijn een zegen op zich. Die zegen kan door niemand afgepakt worden!

Over boordjes vallen

In 2014 vierde de Protestantse kerk Nederland, afgekort PKN, haar 10 jarig bestaan. Mede vanwege het feit dat de aanloop naar deze fusie lang en moeizaam was, werd het plan opgevat om dit eerste decennium te vieren en extra luister bij te zetten door tal van activiteiten en initiatieven.

Ik ga hier niet in op de inhoud van al die festiviteiten. Ieder mag daar zijn eigen gedachten, gevoelens en meningen over hebben.

Op woensdag 23 september 2014 verzamelden enkele honderden predikanten van de PKN zich op de Dam in Amsterdam, velen in vol ornaat. Ze voegden zich tussen de toeristen, dagjesmensen en Amsterdammers, om zo tevens te benadrukken dat zij, zoals scriba dr. A. J. Plaisier eerder die dag in de Nieuwe Kerk sprak, „predikanten voor het volk” zijn. Nadat tot verrassing van de omstanders het Halleluja van Handel gezongen was, ging ieder weer zijns of haars weegs.
image

Kritiek kwam er uit ‘Roomsche’ hoek, nadat was opgepikt dat onder de PKN-predikanten met de slogan “Doe eens gek, draag een boordje!” collega-predikanten (vrijblijvend!) op het idee werden gebracht om ter herkenning een witte boord (de zgn. collaar) te gaan dragen, zoals priesters die ook in sommige gevallen plachten te dragen. De Roomse hoek struikelde over haar eigen woorden om haar kritiek kracht bij te zetten. Enkele visies waren: de collaar is van de Roomse Kerk, daar moeten anderen van af blijven; de herkenbaarheid van de Roomse priesters verdwijnt: protestanten gaan pronken met Roomse veren: dit schaadt de oecumene.

Zo laten mijn Rooms-Katholieke soortgenoten weer eens zien wat voor een enorme balk ze voor hun kop hebben, om nog maar niet te spreken van de beroemde splinter, zijnde de woede die hen verblindt! Men gaat in deze kortzichtige reacties volledig voorbij aan het feit, dat tal van andere Christelijke richtingen de collaar al zeer lang gebruiken. En daar is nooit kritiek op geweest!

Denk hierbij aan de mannelijke en vrouwelijke priesters van de Oud-Katholieke Kerk en de Anglicaanse kerk. Maar vergeet niet dat de voorgangers (ook m/v!!) van de Lutherse Kerk in Scandinavië zich eveneens met de collaar onderscheiden. En in Engeland dragen gereformeerde predikanten eveneens de collaar!

Toegegeven: het dragen van de collaar is in de Nederlandse Rooms-Katholieke Kerkprovincie sinds de omwentelingen na het 2e Vaticaans Concilie drastisch afgenomen. De collaar is in Nederland de laatste decennia vooral binnen de groep van jong afgestudeerde orthodox-Roomse priesters gehandhaafd of opnieuw ingevoerd. Ik heb er alle begrip voor dat mijn vier dierbare Heerooms de priesterboord al lang geleden definitief afgelegden om zodoende niet boven het gewone volk verheven te zijn. Maar ik hoor ook, dat herkenbaarheid van een priester ertoe bijdraagt, dat mensen makkelijker contact met een geestelijke durven zoeken. Helaas zijn er in Nederland tal van orthodoxe priesters die door hun rechtlijnigheid en onbarmhartige uitspraken niet echt bijdragen aan een
positief en benaderbaar beeld van een ‘ge-boord-e’ voorganger…! Dan is de eveneens boord-dragende paus Franciscus een verademing!

Laat ik al die ‘Roomsche extremisten’ maar gelijk op hun nummer zetten: De slogan “Doe eens gek, draag aan boordje!” zou zo vanuit de ‘Roomsche’ hoek overgewaaid kunnen zijn. Nog maar twee decennia leden werd onder vele seminaristen gepronkt met priesterkleding en boordjes, de één maakte het nog doller dan de ander! Laat ik me netjes uitdrukken als ik zeg, dat er flink werd gegeild op de een mooie kapelaansstrik op de kont van de soutane! En de een wilde een nog opvallender cq duurdere witte boord dat de ander, waarbij de Tridentijnse collaar niet werd geschuwd. Dus waarover in de Rooms-Katholieke Kerk nog steeds tal van misstanden bestaan, beschuldigen diezelfde dragers anderen van pronken? Netjes gezegd: vreemd!

De insteek van voorgangers om herkenbaar te zijn is zo slecht niet. Het zou de eenheid onder de Christenen sieren om in deze herkenning het voortouw te nemen en ieders voorgangers de vrijheid te geven herkenbaar te zijn: collaar, kruisje of anderszins.

In mijn ‘conservatieve’ verleden was ik voorstander van een priesterboord, want daarmee was de Roomse Kerk zichtbaar. Later zag ik de priesterboord meer als een teken van de kerkelijke macht. Eigenlijk is het dat nog steeds want in principe is de collaar in de Roomse Kerk nog steeds verplicht. Het facultatieve karakter van de wijze van je onderscheiden als geestelijke, zoals dat in Nederland vorm gekregen heeft, heeft nog altijd mijn voorkeur. Daarom ook kan ik de vrijblijvende lol van de PKN-actie wel inzien. Let wel: een vrolijke noot met een serieuze ondertoon!

En wanneer een Rooms-Katholiek-in-doodsnood ineens een ‘wit geboorde persoon’ over zich heen gebogen ziet, hoort dat het een dominee is en vervolgens het hoofd afwent is in feite een zielenpiet. Wees blij dat een volgeling van Jezus zich om jou bekommert! Beter dan niks!

Ik eindig deze nuttige bijdrage in een reeds geluwde Christelijke storm-in-een-glas-water graag met het aanhalen van een citaat uit een interview met de getrouwde Oud-Katholieke pastoor Bernd Wallet, wiens vader, ds. Barend Wallet, als dominee aan de wieg stond van wat nu PKN heet:

En het dragen van een colaar, een “priesterboord”? Krijg je daar positieve of negatieve reacties op?

Ik doe het nu acht jaar. Toen ik Engeland pastoor was van een anglicaanse parochie was het verplicht – en ik ben het in Nederland gewoon blijven doen. Soms wordt er – ook in de Protestantse Kerk – op gewezen dat het “missionair” zou zijn, en dat ik soms ook zo. Maar het kan ook weerstanden oproepen. Ik voel me in de Nederlandse setting dan ook wel eens “bekeken”.

Met name in de tijd dat de grote misbruikschandalen in de rooms-katholieke Kerk naar buiten kwamen heb ik nogal wat verwensingen naar m’n hoofd gekregen. Dat was erg onplezierig – al kan ik wel tegen een stootje. En je vertegenwoordigt toch ergens ook de Kerk in al haar breedte.

Tenslotte: wat vind je nu van de discussie over het dragen van de collaar, “priesterboord” door steeds meer – ook vrouwelijke – protestantse dominees? Sommige rooms-katholieke priesters storen zich daar nogal aan, omdat zij daardoor in hun eigenheid niet meer herkenbaar zouden zijn.

Ach…. Leve de verwarring! Bovendien, het is een collaar. Het is geen “priesterboord”. En als je naar oudere prenten kijkt, dan draagt niemand een collaar – het is eigenlijk een heel recente ontwikkeling. Bovendien: in Engeland dragen ook de gereformeerde predikanten de collaar en zijn ze nauwelijks te onderscheiden van de anglicaanse clerus. Laat het toch een teken zijn van oecumenische verbinding in het geestelijk ambt.