In Memoriam: Huub Don, *24/09/1928 – +25/08/2020

Ons pap Huub Don in november 2019.

Mijn vader, Hubert Joseph Maur Don, overleed in mijn bijzijn op dinsdagochtend 25 augustus 2020 om 06.45 uur. Mijn stretcher stond pal naast zijn ziekenhuisbed en geregeld zat ik naast hem. Na zijn laatste ademtocht zong ik, in tranen, het kerklied “Ga met God en Hij zal met je zijn”.

Pas na dat laatste moment van mij met mijn zojuist gestorven vader drukte ik op het ‘alarm’belletje om de verpleging van het ziekenhuis te laten komen… Ik ben die dag pas ‘s-avonds, toen hij in de kerk van de uitvaart was aangekomen en opgebaard, van zijn zijde geweken. En jawel, ik heb dus meegeholpen m’n pa te wassen, aan te kleden, op te baren en te kisten. Dankbaar!

Ik kan veel over mijn vader vertellen. Dat doe ik hier niet. Zoals ieder mens had ook mijn vader zijn moeilijke kanten. Maar dat woog niet op tegen zijn gelovige en meelevende kant zonder aanzien des persoons, zijn gezelligheid, zijn tomeloze inzet voor de minderbedeelden, zijn warme vaderschap, zijn dankbaarheid. Zijn laatste jaar was door de longfybrose niet makkelijk. En zijn val en hartinfarct, daags tevoren in zijn eigen huis, was misschien wel de versnellende factor. Wie zal het zeggen…

Na ruim 36 jaar huwelijk met mijn moeder Leny van der Linden (+1994) en bijna 21 jaar met Angela de Lange is zijn lange leven geëindigd en hebben we hem niet bij ons mam in Oss, maar in Zwaag begraven. Zijn kleinkinderen (via zijn huwelijk met Angela) waren dol op hem en zij op hem. Zij wonen daar in de buurt en worden de tuinierders van zijn graf!

Op vrijdag-namiddag 28 augustus hielden we in intieme kring een Avondwake bij oPa. Mijn broer en ik hebben hem op zaterdag 29 augustus 2020 in de Sint Martinuskerk te Zwaag in woorden uitgebreid uitgebeeld en lof toegezwaaid. De voorganger in de uitvaartdienst, een kapelaan van Poolse komaf, zal af en toe zijn tenen hebben gekromd door de lengte en inhoud van onze lofredes…

Van mijn lange toespraak over mijn vader als gelovig mens geef ik hieronder het slotstuk mee, welke ook op het bidprentje staat. Daarmee is zijn leven subliem samengevat:

God liefhebben is mensen liefhebben. En omgekeerd.
Dat is niet makkelijk,
maar Huub heeft dat in zijn leven vormgegeven,
met vallen en opstaan.
Zorg voor de familie.
Zorg om mensen, bijzonder voor mensen in nood.
Samen met Leny en daarna samen met Angela.
Zijn principiële levenshouding was daarin zijn kompas.
Huub keek niet veel om, tenzij in dankbaarheid.
Hij keek vooruit, want daar was geluk nog maakbaar.
En velen mochten mooie vruchten plukken
door zijn onvermoeide inzet. Ook wij.
Het gaf zijn en ons leven kleur en geluk, ook na tegenspoed.
Hij zorgde voor licht op ieders levenspad.
En hij genoot ervan dat hij op latere leeftijd
toch nog kleinkinderen had…!
Op het einde van zijn leven verlangde hij naar het Licht.
Hij was niet bang om dood te gaan.
De Hemel was zijn doel.
En daar mag hij nu in vrede verder leven!

“In Paradisum deducant te angeli”

Oerstom

Het is me toch allemaal wat

De vlag van meelevendheid en oproep. ©️Emmanuel

Wie had 2020 zich zo voorgesteld…

En gelijk dat ik dit typ, vind ik dit een uiterst lullige opmerking. Want niemand kan aan het begin van een jaar in de toekomst kijken en is dus elk jaar een verrassing met ups en downs.

Maar toch… Corona houdt letterlijk onze hele aardbol momenteel in een wurggreep. Ondertussen hebben de boeren hun frustratie-lijstje verder aangevuld en is er dus altijd wel iets om tegen te protesteren. Maar ook hebben de zwarten (mag ik dat zo uitdrukken?) terecht een punt, evenals de daardoor weer gefrustreerde en gediscrimineerde witten. En zijn de homos, lesbo’s, trangenders, bi’s en alles wat dus gewoon niet 100% hetero is, net als die zwarten, nog steeds een minderheid en dus het protesteren en opkomen voor gelijke rechten en eerbiediging nog verre van moe. Voeg daarbij de waanzinnigen die Corona als een waan zien, een nazi-tactiek van onderdrukking, en die eigenlijk maar eens lekker niet op het Malieveld met elkaar, maar elders met Corona-patiënten zouden moeten gaan knuffelen, bekken en tongen, al zal niet één Corona-zieke dàt toestaan, laat stáán eraan denken.

Wie aan het begin van de Corona-pandemie riep dat de overheid te laks was met ingrijpen en LockDown eiste, roept nu net zo hard, terwijl we honderduizenden doden verder zijn en het virus weer (zoals verwacht werd) oplaait, dat de regels te streng zijn en alles maar weer moet kunnen. De nonchalance van velen met betrekking tot de anderhalvemeter, de discussies over mondkapjes, het grote zelf-inschattende vermogen van bijna 18 miljoen virologen om zelf te weten en dus te bepalen wat en wie goed is…

Ach, ik kan nog pagina’s volkwakken met zin en onzin van en over Corona, boeren, protesten, waanideeën, oprechte keuzes, omkijken naar elkaar, leed in families na ziekte en doodsstrijd, zware tijden voor horeca, cultuur, bedrijfsleven en niet te vergeten de mensen die in de zorg werken, waarvan velen letterlijk met hun neus boven die ziekte en doodsstrijd stonden…

Ik was in de afgelopen periode apetrots op zoveel mooie initiatieven die medemenselijkheid voor meer dan honderd procent onderstreepten en waarbij ik getracht heb daaraan ook mijn steentje bij te dragen.

Tegelijkertijd schaamde ik me de oren van de kop om zoveel onbenulligheid, viruswaanzin, kortzichtigheid, hardheid, doordrammerigheid, vernielzucht,… En ik realiseer me terdege dat zowel dit stukje alsook mijn mening en verwoording niet door iedereen gewaardeerd zal worden.

Dat Jan Pieterszoon Coen bepaald geen lieverdje was hoeft geen betoog of juist nog meer betoog om dat te onderstrepen. Dat er vele helden uit het verleden niet altijd hebben gehandeld volgens onze huidige maatstaven mag gerust benoemd worden. En dat er in de komende jaren opnieuw naar discriminatie, slavernijverleden, structurele uitsluitingen van mensen en foute handelingen naar kleur, sekse, geaardheid en afkomst gekeken wordt om daarin daadwerkelijke veranderingen aan te brengen, heeft mijn volle instemming.

Maar ik wil en zal met hetzelfde recht met dankbaarheid en plezier terugdenken aan mijn jeugd, toen ik als Zwarte Piet vele kinderen blij mocht maken en onderdeel was van een fantastisch volksfeest. En ik sta niet toe om alleen al daarom te worden uitgemaakt voor racist. Net zoals ik het meer dan zielig vind om Columbus, als toevallige ontdekker van Amerika, als de oorsprong van de slavernij aan te duiden en alleen al vanwege die vergezochte waanzin-kronkel zijn standbeelden te vernielen. Verwijderen is het woord niet meer daarvoor.

En hier raak ik de kern van m’n betoog: de manier waarop de protesten plaats vinden staat me tegen en drijft mij ook verder af van de goede redenen om te demonstreren en te protesteren. Daarmee verdwijnt er draagvlak, in ieder geval bij mij. En dat is jammer.

Ook mijn eigen homowereldje is soms niet vies van drammerigheid waarmee je draagvlak verspilt. Voorbeeldje: de ‘hostierel’ in Reusel, die ontstond door een kortzichtige pastoor aldaar die de hostie weigerde uit te reiken aan de homoseksuele prins carnaval Gijs d’n Urste. Dat werd de aanleiding voor een protest in de Sint Jan in Den Bosch door homoseksuelen die opzichtig en extra roze uitgedost ‘pontificaal’ en demonstrerend ter communie wilden gaan. De voorganger besloot toen het op dat moment aanwezige kerkvolk geen communie uit te reiken, om escalatie te voorkomen. Voor die actie (van de LHBT-ers, niet de actie van de voorganger) in de Sint Jan schaamde ik mij de ogen uit de kop, ook al was ik er (natuurlijk) niet bij. Dit mag niet, dit kan niet, om een kerkdienst op die wijze te verstoren en zodanig te provoceren dat er ingegrepen moet worden. Ik neem het mijn geaardheid-genoten nog altijd kwalijk. Heilige zaken moet je heilig laten, ook al heb je er niks mee.

En jazeker! Iedereen mag en moet zijn punt maken en opkomen voor zichzelf en anderen! Niemand mag uitgesloten worden. Boeren willen eerlijke prijzen en regels. Zwart, wit, geel, wat dan ook: wij zijn één ras. Het menselijk ras. En ja, de Corona-beperkingen zijn zwaar, veel is onduidelijk, er is ‘voortschrijdend inzicht’, maar bovenal: het is mensenwerk. Ook indertijd op die overvolle ic’s, met een onbekend virus. En wat moet je dan? Maar laten we het gesprek gaande houden, opvallen, duidelijk zijn, vóórleven van wat we willen bereiken. Met accepteren, respecteren, maar bovenal: eerbiedigen. En niet blind vernielen, drammen, doordrukken, provoceren.

Relativeren. Even tot tien tellen. Diep ademhalen. Een blokje om het probleem heen gaan maken. De soep wordt nooit zo heet gegeten… Allemaal simpele oplossingen voor onze woede en frustraties over maatregelen en beperkingen. Heus, er komt een keer een eind aan. En dat kan best snel. Als we onze verantwoordelijkheid nemen. En anders hoor je mij alleen maar smalend zeggen: “Het is me toch allemaal wat…!”