Terug naar de natuur

Uitkijkend over de stenen en houten huisjes, gebouwd in de vallei van Beneficio in Spanje. ©️Wildvan.com

De tijd dat wij mensen in berevelletjes liepen ligt al ver achter ons. Alhoewel…er zijn nog in afgezondering levende stammen die het aardig primitief hebben weten te houden in hun leven. In onze tijd is de kreet ‘terug naar de natuur’ vaak gekoppeld aan milieubewuster leven, zorgen om onze aarde die uitgeput raakt, de druk op de natuur door de overbevolking, langzaam aan van het gas af, electrisch rijden…en dit rijtje is heel lang… Zomaar wat eigen gedachten over dat ‘terug naar de natuur’….

De verdachte Jos Brech in de moordzaak van Nicky Verstappen had zich ontwikkeld tot een overlever in het wild, al zullen aan die drang wel andere motieven ten grondslag hebben gelegen… Maar op de keper beschouwd is een gedegen kennis van de natuur en hoe daarin, buiten de moderne maatschappij om, te overleven niet verkeerd. Kijk eens om je heen en je ziet in alles dat wij in feite gewoon mijlen ver afstaan van de natuur. Dat is een gegeven feit en daar hebben we, linksom of rechtsom, maar mee te ‘dealen’. Of niet?

Kijk eens naar de realiteit, waarin ieder voor zich een weg zoekt richting een duurzamer omgaan met gas, elektriciteit, afvalscheiding. We willen gezond en lekker eten en dus is het keuzestress in de overvolle, want alles is verpakt, supermarkt. We willen genieten van (verre) vakanties en het liefst goedkoop vliegen en dat kan en dus hebben we slappe kut-smoezen over die milieu-vernietigende reizen: “Ik scheid wel mijn afval, hoor, dus ik ben best goed bezig”. We willen goeie seks maar wèl veilig en dus komt er iets van plastic om de hoek ‘kijken’. We willen best van het gas af, maar dan wordt ons electriciteitsnet overbelast. Oh nee, we bouwen onze landerijen vol met zonnepanelen, terwijl miljoenen daken van huizen en fabrieken nog leeg zijn. En ach wat lig ik toch weer lekker te typen op mijn verre van milieubewust geproduceerde iPad…!

Toen mijn moeder overleed, op 20 december al weer 24 jaar geleden, had zij tevoren aangegeven met één van haar Rozenkransjes begraven te willen worden, …”…maar niet die met die plastic gebedskraaltjes, maar het zilveren exemplaar. Dat is beter voor de natuur!” Toen al…!

Wilgentenen baar. ©️Mandenmakerij.nl

Onlangs is een goede kennis van mij begraven op een natuurbegraafplaats, liggend op een wilgentenen baar. Alles wat aldaar onder de grond gaat moet afbreekbaar zijn en mag de natuur niet schaden. Het is een mooie gedachte en tegelijk eeuwig rustgevend: je graf zal niet geruimd worden na zoveel jaar, zoals dat op standaard-begraafplaatsen wel het geval is. Een graf kopen is nog maar zelden mogelijk. Daarvoor is in onze overvolle westerse samenleving kennelijk gewoon geen plek. Voor hem wel. En…het spreekt ook mij aan.

Ik wil niet pessimistisch zijn, maar voor ‘terug naar de natuur’ is in onze westerse samenleving nauwelijks plek. We zijn daar al te ver voor doorgeschoten in onze consumptiemaatschappij om collectief daarvan afstand te doen. Ja, we worden ons meer en meer bewust van de kwetsbaarheid van onze natuurlijke omgeving. Ja, we raken langzaam overtuigd van het nut van besparing van gas, elektriciteit, water en het nut van afvalscheiding, ook al is dat laatste tegelijk erg politiek gekleurd. En ja, geweldig dat de realiteit van onnodig plastic en de ‘plastic soep’ in onze oceanen eindelijk tot ons doorgedrongen is en aangepakt gaat worden. En die collectieve overtuiging is goed. En collectieve acties hierin zijn een goed en noodzakelijk gebeuren!

Maar het begint bij iedereen persoonlijk, die zij of haar eigen leven invulling geeft, zonder zich gelegen te laten liggen omtrent de mening van anderen. Individuele levensstijlen van mensen kunnen voorbeelden zijn om na te volgen, niet door dwang maar door overtuiging. Dàn kan er een nieuwe collectieve beweging ontstaan. Als er met respect en eerbied met andermans levensstijl en natuurlijke levenswijze wordt omgegaan komt dat niet alleen de natuur en ons milieu ten goede, maar ook de vrede en saamhorigheid. Geloof in God, in de natuur, in jezelf, in elkaar: het is om het even, lezen we zelfs in de Bijbel. Een fijne en vreedzame samenleving kan wel daardoor gevoed worden en dat kan wellicht uitmonden in collectieve acties. Top!

En hoe zit dat dan met de seks? Met hetero-, homo- en ‘alles-wat-daartussen-valt’-seksualiteit? Dat is altijd benaderd met gene, schaamte, gegiechel, angst en een belerend vingertje… Blijft dat in een verdomhoekje? Wie echt durft te kiezen voor Gods Schepping en ‘terug naar de natuur’ zal niet raar opkijken van de gender-diversiteit. Een wijs mens zal niet de gender-diversiteit als ‘onnatuurlijk’ bestempelen, maar de religieuze moraal die niet van God komt maar door mensen is bedacht en in Heilige Boeken vastgelegd. Dat de ‘flower-power’-tijd, de omwenteling in de jaren ‘60 van de vorige eeuw, terecht heel wat losgemaakt, maar tevens ook veel heeft ontworteld is een feit. Het is zaak om de natuurlijke wortels terug te planten en de nieuwe groei dus niet teveel te ‘leiden’, want de natuur kan zichzelf altijd uitstekend redden en overleven, zelfs na de afgelopen uitzonderlijke hete zomer.

Dan kunnen ook wij, op ieders eigen wijze, terug naar de natuur. In ons leven, in onze levenswijze, in ons omgaan met natuur en milieu. En God zal ons dankbaar zijn! Voorwaarts!

* * * * * * *

Hierbij een LINK naar een gelijksoortig artikel, welke ik na het schrijven van mijn stuk tegenkwam en waarin ik opvallende overeenkomsten zie met mijn artikel.

Advertenties

Brood voor iedereen?

Graan…brood…Heilig Brood… ©Smaak Academie Achterhoek

Preek 18e zondag door het Jaar B, Groen

1e Lezing: Exodus 16, 2-4 & 12-15 ;  2e Lezing: Efeziers 4, 17 & 20-24 ; Evangelie: Johannes 6, 24-35

Beste mede-parochianen,

De graanoogst is grotendeels al voorbij. De extreem hoge temperaturen vervroegden met name de oogst van de wintertarwe aanzienlijk. Bij talloze ontvangstpunten in Zeeland was het een komen en gaan van trekkers en trailers. Per dag kwam er gemiddeld 20.000 ton graan binnen. Op onze Zeeuwse wegen zal het menigeen zijn overkomen dat trekkers met grote bulkladingen en trage snelheid het verkeer danig ophielden. Ach, we zullen maar zeggen: u reed achter uw toekomstige boterham aan.

Ik vind het telkens weer een imposant gezicht om die gigantische graanbergen te aanschouwen en ik denk dan aan de Bijbelse verhalen over het vullen van de graanschuren van Egypte. Ik voel mij bevoorrecht dat ik bij zo’n graanoverslagbedrijf mag werken.

Graan…brood…  Zojuist hoorden wij drie lezingen, waarvan er twee over brood gaan en één die gaat over onze levensgesteldheid. Vorige week gaf pater Harrie Buijssen al aan dat het letterlijk lezen van de Bijbel het gevaar in zich draagt dat de essentie van het verhaal onvoldoende tot zijn recht komt. Jezus sluit zich bij die visie aan, zo lazen wij in het Evangelie van vandaag.

Mozes zegt over die natuurverschijnselen van dat ‘manna’, die honingdauw “…het is het brood dat de Heer u te eten geeft.” Maar wat zegt Jezus over dat brood, die honingdauw? Dat was geen brood uit de hemel. Het echte brood krijg je van mijn Vader en dat ben Ik zelf! Ik, zegt Jezus, ben het brood des levens. Wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben. Wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst hebben.

En die vallende kwartels dan? Ook die zijn een natuurverschijnsel. Deze kleine soort van veldhoenders is een trekvogel, zo groot als een leeuwerik. Rond de Middellandse Zee kan men er soms duizenden oprapen, die door hun overtocht uitgeput geraakt zijn.

Jezus zet met deze woorden Mozes niet buiten spel. Maar al deze oud-testamentische verhalen wil Jezus uiteindelijk terugbrengen tot de essentie, namelijk: tot hetgeen Hij zelf heeft voorgezegd en voorgeleefd. En wie eerlijk en oprecht, met vallen en weer opstaan, de wijsheid en het voorbeeld van Jezus om weten te zetten en te integreren in het dagelijkse leven, die zal nooit meer honger hebben en nooit meer dorstig zijn, hoe paradoxaal dat ook klinkt na de extreem hoge temperaturen van de afgelopen tijd.

Lees meer over dit bericht

Digitale discriminatie

Op 20 augustus 2018 verwijdert Delta het analoge signaal voor radio en televisie definitief en volledig van de kabel. Daarom hebben wij onlangs de digitale sprong gewaagd m.b.t. het luisteren naar de radio. Televisie kijken we al langer digitaal.

Onze NAD-tuner/versterker is niet digitaal voorbereid, maar onze Humax-decoder/recorder wel. Echter: verplicht digitale radio luisteren via onze (plasma-)televisie vinden wij belachelijk. Aldus hebben wij een extra snoer aangesloten van de Humax naar de NAD-tuner/versterker om zodoende op de Humax ons radiostation te kiezen en de radioprogramma’s via de geluidsboxen de woonkamer in te slingeren. Er moet dus een extra handeling verricht worden om radio te luisteren. Einde dure tuner?

Aangezien wij ook wel eens van de ’gemakkelijken’ zijn hebben we ook een analoge antenne aangesloten op onze NAD-tuner/versterker op een ander kanaal, dus die pikt vanaf vandaag het analoge signaal weer gewoon uit de lucht. Lekker ouderwets voor de vlotte momentjes in het leven!

We hebben, linksom of rechtsom, te dealen met het voldongen feit van volledige digitalisering van de kabel in Zeeland. Ik begrijp zeer goed de redenen. Analoge signalen nemen bakken ruimte in beslag ten koste van de uitdijende digitalisering. Maar de gewone consument wordt willens en wetens in veel gevallen tegen zijn wil en zonder gehoord te zijn meegesleurd in de voorthollende (lees: opgelegde en voorgekauwde) vooruitgang. Kwalitatief hoogstaand geluidsapparatuur van dik tien jaar oud, gekocht ‘voor het leven’ wordt teruggebracht tot een analoog apparaatje dat z’n waarde niet meer heeft.

Met deze ervaring van vandaag trek ik het lijntje eens door naar de zorgwekkende ontwikkelingen binnen ChristenQueer, een vereniging voor Christelijke LHBT-ers waar wij (nog) lid van zijn. ChristenQueer is het resultaat van een fusie van de twee zuster-verenigingen CHJC & ContrariO op 1 januari jl.

De digitale wereld is gesneden koek voor velen. Maar er zijn altijd mensen die het niet kunnen bijbenen, er moeite mee hebben dat de digitale wereld als het ware aan hen opgedrongen wordt. Bijna zou je mogen stellen dat wij weliswaar aan de ene kant discriminatie (bv. ten aanzien van onze geaardheid) verafschuwen en aan de andere kant, bewust of onbewust, discriminatie (mbt het digitaliseren van alles wat velen niet kunnen bijbenen) in de hand werken.

Ik kan redelijk goed omgaan met het grote WWW en wat ik er allemaal op kan doen. Ik heb Facebook. Ik heb die afgesloten voor buitenstaanders, maar vind het leuk om binnenstaanders af en toe te laten meelezen in mijn leven. Ik heb Twitter. Ik ben geen Trump, maar heb er mijn mening, ervaringen, vragen en leuke contacten. Ik snap niks van Snapchat en mijn Instagram heb ik na een paar weken weer gedeletet, omdat ik er gewoon niks mee doe. Ik heb email en moet er nog aan wennen dat er veel meer met email binnenkomt en dat ik er snel in verzand. En het online ontvangen van loonstroken, betaaloverzichten en wat-al-niet-meer; het is voor mij niet altijd even makkelijk bij te houden.

Nu kijk ik om mij heen. Ik zie vrienden die moeite hebben met wat ik hierboven aanhaal. Zij zitten niet op sociale media en hun email is bepaald niet hun hobby, om over de rest nog maar te zwijgen. Ook vrienden van onze ChristenQueer-regio ZWB zitten daar bij. Zij hebben ronduit moeite met het lezen en teruglezen van de digitale nieuwsbrieven van ChristenQueer. Een enkeling wil het uitprinten om het ter hand te nemen voor info en schrikt zich een hoedje als er twintig pagina`s uitgespuugd worden door z’n printer. Is dat raar of gek? Nee. Mag ik dat ChristenQueer kwalijk nemen? Nee. Ik snap de tijdsgeest en het gemak waarmee de meesten met de digitale wereld omgaan.

Ik wil wel waarschuwen voor de vanzelfsprekendheid van het digitaliseren. Ik probeer altijd weer opnieuw om niet te denken vanuit mijzelf, maar vanuit de blik waarmee de ander de wereld inkijkt en benadert. Dat is voor mij telkens weer een hele opgaaf.

Ik werd mij dat onlangs weer eens bewust gedurende de reis naar Canada van mijn schoonzus-met-beperking (geestelijk en lichamelijk), waarin mijn partner en ik fungeerden als haar steun en toeverlaat, maar ook de dagplanning en rust probeerden te bewaren voor haar. Wij keken constant door haar ogen naar de invulling van de reis en luisterden naar haar wensen en verzoeken. Voorwaar geen sinecure, zeker als je beseft dat wij heel anders in elkaar steken met het invullen van zo’n verre reis.

ChristenQueer gaat op reis en alle reisgenoten zijn verschillend. De reisinfo is van cruciaal belang voor het enthousiasme en voor het betrokken blijven bij de reis. Wanneer reisgenoten de weg kwijt raken gaan ze verdwalen. Verdwalen in het oerwoud van het grote WWW en in de werkelijke wereld, waarin zij hun draai niet meer kunnen vinden. Opnieuw de kast in…..

Willen wij dat? Willen wij dat ouderen of mensen die niet handig zijn met techniek en apparatuur buitengesloten worden, omdat de digitalisering aan hen opgedrongen wordt?

Wat ChristenQueer betreft: een regelmatig verschijnend verenigingsblad zal er niet van komen. Een vertrouwd iets wordt ons ontnomen. Een richtsnoer, een wegwijzer, een tastbaar geluid en een leesbaar teken van verbondenheid…nee. Er wordt niet gedacht vanuit de ogen en beleving van de leden. Er wordt professioneel gedacht, iets wat deze fusie-vereniging niet kan trekken.

Jammer. De hoop vervaagt.

Terwijl hoop toch leven doet? Leven in een roze wereld die ons zo lief is en waarin wij de liefde roze mogen beleven. Roze liefde en lusten die wij kregen van onze Schepper. Roze met zoveel veelkleurigheid. Veelkleurigheid die blij maakt. Laat die hoop, dat leven, die veelkleurigheid, die blijdschap, die lust en die liefde niet verloren gaan!