Roeping

Een monnik in zijn kovel

Mijn roeping
stond verwoord
op mijn geboortekaartje:
“Cantate Domino”
(Latijns voor: “Zingt voor de Heer”)

Vandaag 30 jaar geleden
deed ik Geloften
voor Eeuwig
in het klooster

Het hield geen stand…
Geen eeuwigheid
Verre van…
Pijnlijk kwam ik op een keerpunt.

Mijn roeping
Een andere invulling,
inmiddels al menig keer…

Maar…
nog steeds…
zing ik
tot mijn laatste ademtocht
van dankbaarheid

Een leerzame,
mooie en rijke tijd
in m’n rugzakje
Het gaat
met mijn leven mee…
In mijn hoofd
In mijn hart
In al m’n vezels

Zingend!

Baan een weg voor vrede en liefde

Een eenvoudige Adventskrans met ‘veilige kaarsen’, welke ik voor deze gelegenheid heb gemaakt. ©️Emmanuel

Preek verzorgingshuis
2e Zondag van de Advent
4 december 2022

1e lezing: Jesaja 11,1-10
Evangelie: Matteus 3,1-12

Beste medegelovigen in Christus,

Ons leven kent verwachtingen. Bij jonge mensen is dat behoorlijk meer dan wanneer de mensen ouder worden. Maar in elke leven hebben we verwachtingen, wensen, zoeken we iets moois om naar uit te kijken. En dat houdt ons ook gaande. We krijgen er lust en energie van. We gáán ergens voor.

In deze tijd van het jaar barst het doorgaans van de verwachtingen. Het Sinterklaasfeest is niet alleen voor de jongste mensjes een feest, maar voor iedereen die ervan houdt. Uitkijken naar wat er in je schoen zit of werken aan een leuke surprise. Weet u het nog van vroeger?

Maar ook zitten wij nu midden in de Adventstijd, op weg naar Kerstmis. De Adventstijd benadrukt weer eens ons verwachtingsvol uitzien. Er komen bepaalde wensen en goede voornemens voor ons leven weer naar boven drijven. En die horen we ook vandaag in de lezingen.

Als we de eerste lezing nog eens pakken, dan spreekt daar als wens en visioen een ongekende vrede uit. De dierenwereld heeft geen vijanden meer en zelfs de mensen leven in vrede met de dieren. Ja, de peuter kan zijn hand gerust in het nest van de adder steken; er zal niks ergs gebeuren. De gehele aarde, zo staat er geschreven, zal vervuld zijn van Gods liefde. En Jezus, later beschouwd als de ware de wortel van Isai, zal zijn als een banier voor de volken. Het klinkt als een geweldige Kerstwens! Uit het Oude Testament werd en wordt dus al een link gehaald met Jezus als de langverwachte Messias. Daardoor wordt de weg naar Jezus toe theologisch als het ware geasfalteerd.

In de evangelielezing horen we dat Johannes de Doper ook ruim baan wil maken voor Jezus. Hij doet dat misschien wat exentriek. Hij kleed zich schamel, leeft in de woestijn en eet wilde honing en sprinkhanen. Maar zijn boodschap is helder en klaar voor de heersende Farizeeën en Sadduceeën. Hij ziet feilloos hun verwaandheid, eigengereidheid en kortzichtigheid. Maar tevens wil Johannes zich niet op de voorgrond zetten, want …”… hij die na mij komt is sterker dan ik en ik ben niet waardig Hem van zijn sandalen te ontdoen.”

Als wij rondkijken in onze wereld dan zien wij, dat het voorbeeld van Jezus weer hard nodig is om op de voorgrond te zetten. Want Zijn boodschap van liefde en vrede, hoe afgezaagd het af en toe ook klinkt, is ook in deze tijd meer dan actueel! Wij zien oorlog en natuurrampen en het gebeurt gewoon. Maar wij zien ook inspirerende mensen die hoop geven, een president Zelenski van Oekraïne die zijn volk bemoedigd en nabij is, een paus Franciscus die verder kijkt dan regeltjes en dogma’s, en zo kunnen we allemaal wel mensen opnoemen die een teken van hoop zijn in de wereld.

Kunnen wij dat ook zijn? Een teken van hoop? De grote kerkelijke feesten komen ieder jaar terug, om ons telkens weer even terug te laten zetten op onze plaats en ons wakker te schudden. Zitten wij nog op de goede weg? Of moeten wij omkeren, een andere afslag nemen nodig om opnieuw de juiste weg te vinden? Iedere keer weer moeten wij onder ogen zien dat er soms bar weinig vrede en liefde is. Kunnen wij daarin wegbereiders zijn voor Jezus? Durven wij zijn grondhouding van barmhartigheid en rechtvaardigheid en zijn diepe afkeer van onderdrukking door mensen en regeltjes in praktijk te brengen om zo de vrede en liefde te verspreiden onder elkaar?

Laten we daar in deze Adventstijd eens aan denken. De oorlogen, alle ellende en onrechtvaardigheid, zullen niet voorbij zijn met Kerstmis, maar we kunnen wel in het klein een begin maken, een weg banen naar vrede, in navolging van het visioen van Jesaja en in navolging van Johannes de Doper, ieder jaar opnieuw. Wij kijken uit naar liefde en vrede en wij gaan eraan werken, altijd weer.

Op weg naar een Zalig Kerstmis!

AMEN

De stilte zingt

Abdij Koningshoeven in Berkel-Enschot, met haar kloosterkerkhof en omgeving met bos en ven. ©️Emmanuel

Het is nacht.
Tien voor vier.
De wekker (lees: mijn telefoon-alarm) gaat.

Nog wat onwennig kom ik uit m’n logeerbed en haal wat slaap uit m’n gezicht met koud water. Ik kleed me aan, doe mijn trui-jas aan, m’n sloffen en verlaat mijn kamer, op weg door de koude kloostergangen naar de abdijkapel voor de Metten.

Het is nog vroeg en ik buig even af naar de donkere abdijkerk.
Ik schuifel in het vage schijnsel van de nooduitgang-verlichting door het middenpad en ga op de tast naar mijn vroegere vaste plekje in het koor, waar de heilige Ignatius is afgebeeld.
Weer even ‘thuis’. Een paar dagen. Terug. Ook in mijn herinneringen.

Bijna tien jaar wortelde ik hier. Ik struikel over die wortels.
Mijn gedachten en gevoelens gaan alle kanten op en zoeken een lijn, een zin, een ijkpunt, een houvast, een anker.
Het is er niet meer. Er is zoveel niet meer.
“Je vindt nooit terug hetgeen je achtergelaten hebt.”
Ik voel mij een wees. En dat klopt.
Mijn moeder is al lang dood en begraven en tot stof wedergekeerd. Mijn vader is nog druk bezig met dat laatste. Terwijl zij voortleven. Hierboven. Toch? Soms ook in mijn doen of laten. Zeker. Onlosmakelijk verbonden in mijn leven.
Ik voel mij een wees.
Wat zo vertrouwd was in dit oord van stilte voelt als verdwenen, terwijl dat niet zo is. De abdij is er. Een fijne kamer. Die o zo vertrouwde panden en gewelven. De stille schemering die van buiten door het glas-in-lood naar binnen glijdt. De warmte van een welkom zijn. Allemaal verweven met mijn leven. Abten die als vaders waren. Mijn familie, terwijl toch bijna alle familieleden al vervangen zijn. En m’n intredemaatje zit in Rome generaal-abt te zijn. Onwerkelijk.

Ik sta op en schuifel de grote donkere koude kerk uit naar de Metten toe.
Mijn leven komt voorbij in de psalmen. Monotoon. Maar wat een afwisseling. Mijn jeugd. Mijn zingen. Mijn gelukzaligheid. Mijn schaduwkanten. De pijn, aan anderen gedaan. Mijn tranen, geplengd op mijn peluw. Mijn verlies. Mijn rijkdom. Mijn liefde. Haarfijn onuitwisbaar gekerfd in mijn hart en ziel en geheugen.
Mijn afkeer van het onmenselijke tijdstip smelt weg. Heb ik dit gemist al die jaren?

Ik blijf wakker. Ik ga niet terug naar bed. En na de Lauden loop ik de schemering in. Niet met mijn ziel onder mijn arm. Maar ik heb hem wel bij. Op zoek naar verkwikking. Mijn leven is niet hier. Niet permanent. Af en toe. Het voelt onwerkelijk en het is werkelijkheid. Gelukkig maar. Ik heb een ander thuis gekregen. Het duister van mijn mijmeringen wordt bestraald door voorzichtige eerste zonnestralen. Het licht brengt licht in mijn hoofd. Het verleden, het duistere en het goede, mag er zijn. Mijn heden en toekomst krijgen kleur door de bagage die ik hier leerde en meekreeg. Een ongekende rijkdom van genade en vriendschap.

De zon komt op. De stralen priemen langs een enkele wolk door de bomen. Het is volop herfst. Het zicht (stiekem kijkend over de kloostermuur) op het kloosterkerkhof bevestigt dat.
Opnieuw komen levens langs die ik kende. De ware monniken liggen in een graf. Zij hebben de eindstreep behaald.
Ik kijk naar de zon. Daar zijn zij. Daar zijn mijn ouders. Daar zijn zovele dierbaren. Voor altijd met ons verbonden.

De zon.
Ik ga weer op weg.
Naar mijn thuis. Naar mijn lief.
Mijn hart springt op.
En de stilte zingt mij toe.